Seinmolen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een seinmolen is een poldermolen die van het waterschap de taak toebedeeld had gekregen andere molens in de omgeving het sein te geven de bemaling van de polder te starten of te staken.

Als de waterstand in de polder te hoog was gaf de seinmolen het sein om te gaan malen. Ook gaf deze molen het moment aan dat er met malen gestopt moest worden. Ook als het waterpeil in de boezem te hoog dreigde te worden moest de bemaling van de polder worden gestopt.

Niet altijd was de seinmolen een windmolen. Zo werd het sein om te stoppen met malen in de omgeving van Woerden gegeven vanaf de grote kerk, omdat deze door de meeste molens te zien was en dat gold niet voor een van de molens. In het archief van Woerden is een stuk bewaard gebleven waarin vermeld wordt welke molens het sein vanaf de kerk konden zien en welke molens welke andere molen konden zien.

Het seinen[bewerken]

Overdag werd op de seinmolen een zwart wit geblokte vlag of een zwarte vlag met middenin een groot wit vlak gehesen; 's nachts of bij mist werd een heldere lantaarn gebruikt als sein voor de molenaars. Zolang er werd geseind moest de molen(s) die onder het sein stond(en) van de seinmolen hun roede aan de ketting houden. Als beide seinen niet meer aanwezig zijn (verwijderd) mag er weer met de molen gemalen worden.

Dit seinen kwam onder meer voor onder de Oude Rijn. En gold zowel voor de molengangen als de vrij staande poldermolens. Het sein werd gegeven als het Rijnwater ging stijgen, omdat dan de sluisdeuren van de boezems gesloten werden om te zorgen dat het rivierwater niet in de boezems ging stromen. Hierdoor konden de molenaars met hun poldermolens niet gaan malen, al stond het water in de polder ver boven het peil. Als ze dit wel zouden gaan doen dan stroomden de boezems vol en stroomde het water over de kades (dijken) weer terug de polder in.

Van de driegang van Leidschendam was de bovenmolen de hoofdseinmolen voor het benedenrijnse gedeelte van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Het stopsein werd gegeven met een zwarte vlag met middenin een groot wit vlak. 's Nachts ging het met een lamp. Die lamp wordt nog los in de molen bewaard.

In het Rijnland werd door middel van een stoommachine het teveel aan water in de Oude Rijn gemalen. Daarvoor moest het water een lange weg afleggen naar de Noordzee via een in de negentiende eeuw aangelegde uitwatering bij Katwijk aan Zee. In 1957 was de Rooie Wip nog seinmolen voor de molens en gemalen in en rond Hazerswoude.

Peilmolen[bewerken]

Op de peilmolen werd het polder- of boezempeil in de gaten gehouden. Een peilmolen kan ook seinmolen zijn. Zowel de boven- als ondermolen kunnen peilmolen zijn:

Molennamen[bewerken]

Sommige molens staan in de omgeving nog steeds bekend onder de naam seinmolen of peilmolen, zoals De Peilmolen in Oud-Alblas. Deze namen slaan op een functie van de molens en zijn hoogstwaarschijnlijk nooit de echte namen van de molens geweest.

Bron[bewerken]