Simon Gronowski

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Simon Gronowski
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemene informatie
Geboren Brussel, 12 oktober 1931
Land Vlag van België België

Simon Gronowski (Brussel, 12 oktober 1931) is doctor in de rechten, advocaat aan de Brusselse balie en jazzpianist.

Gronowski was voorzitter van de l'Union des déportés juifs en Belgique, filles et fils de la déportation (Vereniging van de Joodse Weggevoerden in België Dochters en Zonen der Deportatie).

Hij getuigt over de shoah bij de oudere en jonge generaties, die hij reeds vaak vergezelde naar Auschwitz.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Zijn ouders, Léon en Chana, hielden voor de Tweede Wereldoorlog de lederwinkel "Chez Sally" open in Etterbeek. De jonge Simon was bij de scouts in Brussel.

De familie komt tijdens de Duitse bezetting snel op de lijst van Joden te staan. Later komt er op de vitrine van de winkel "Judisches Geschaeft - Entreprise Juive" en moeten ze de gele Jodenster dragen.

Simon werd op 17 maart 1943 met zijn moeder door de Gestapo op hun onderduikadres opgepakt en opgesloten in de kelders van hun hoofdkwartier in de Louizalaan en de dag erna naar de Dossinkazerne in Mechelen gevoerd. Vader lag toen in het ziekenhuis en moeder had de Duitsers verteld dat ze weduwe was.

De jongen heeft zijn wegvoering overleefd door met de hulp van zijn moeder, ter hoogte van Boortmeerbeek uit de wagon te springen van het bekende Twintigste treinkonvooi dat hem op 19 april 1943 van de Dossinkazerne naar het vernietigingskamp van Auschwitz-Birkenau voerde. Zijn moeder Chana Gronowski-Kaplan is niet uit het konvooi kunnen ontsnappen. Hij werd opgevangen en geholpen door de rijkswachter Jean Aerts te Borgloon. Zijn vrouw gaf hem eten, een bad en kledij. De rest van Wereldoorlog II leefde Simon ondergedoken bij de ouders van een vriend.

Ziin moeder Chana en zuster Ita overleefden de kampen niet. Zijn vader stierf van verdriet op 9 juli 1945.

Simon bleef alleen achter en werd opgevangen door familie en vrienden. Op zestienjarige leeftijd mocht hij als student op de mansarde van het verhuurde ouderlijk huis gaan wonen. Hij startte zijn studies aan de Université libre de Bruxelles in 1949 en werd in 1954 doctor in de rechten.

Hij nam ontslag als voorzitter van l'Union des déportés juifs en Belgique, filles et fils de la déportation (Vereniging van de Joodse Weggevoerden in België Dochters en Zonen der Deportatie) uit onvrede nadat de vereniging andere genocide wilden minimaliseren ten opzichte van de Shoah.[1]

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]

  • Simon Gronowski, l'Enfant du XXe convoi, uitgeverij Luc Pire, 2002, 192 p.
  • Françoise Pirart, Simon, l'enfant du 20e convoi, roman, uitg. Milan, 2008 (Prijs van de historische jeugdroman, Blois, FR.)
  • Simon Gronowski, Koen Tinel, David Van Reybrouck, Eindelijk bevrijd, geen schuld, geen slachtoffer, uitg. Hannibal, 2013, 128 p.