Soetan Sjahrir

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Sjahrir)
Ga naar: navigatie, zoeken
Soetan Sjahrir (1955)

Soetan Sjahrir (volgens de latere Indonesische spelling sinds 1972: Sutan Syahrir) (Padang Panjang, 5 maart 1909 - Zürich, 9 april 1966), was een Indonesisch politicus en de eerste premier van dat land. Hij speelde een grote rol in de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd.

Na de lagere school in Medan (op het eiland Sumatra) bezocht hij de middelbare school te Bandoeng (West-Java). Hij trok in die periode vaak de kampongs in, om te zien hoe het gesteld stond met de minder welgestelde bevolking. In zijn laatste schooljaar zette hij zelfs een soort van volksuniversiteit op. Tevens behoorde hij tot de oprichters van de beweging Jong Indonesië, een jongerenbeweging die zich het doel had gesteld om van de gehele Indonesische archipel een land te maken. In 1929 vertrok hij naar Nederland om in Leiden rechten te studeren. In 1931 ging hij weer terug naar Indonesië.

Sjahrir had in Nederland een affaire met Maria Duchâteau, de vrouw van de Nederlandse socialist Sal Tas. Zij reisde haar minnaar in maart 1932 samen met haar twee kinderen achterna en trouwde met hem in Medan voor een moslimgeestelijke. De Sumatra Post onthulde dat Sjahrir rond liep met de wettige echtgenote van een Nederlandse revolutionair. De imam die het huwelijk had gesloten, verklaarde het ook weer nietig en de Nederlands-Indische autoriteiten zetten Duchâteau met haar kinderen terug op de boot naar Nederland.[1] Zij was zwanger van Sjahrir, maar kreeg een miskraam. In Nederland scheidde zijn van haar man en trouwde met Sjahrir, hoewel deze niet fysiek aanwezig was (per volmacht: "met de handschoen"). Sjahrir bleef met haar schrijven en Duchâteau publiceerde zijn brieven later onder de titel Indonesische overpeinzingen (1945). Het echtpaar zou elkaar pas 15 jaar later weer zien. De liefde bloeide niet meer op en het stel ging uit elkaar.[2] Sjahrir trouwde met een Indonesische vrouw en en Duchâteau trouwde met zijn broer.[3]

Reeds voor de Tweede Wereldoorlog was hij actief in verschillende onafhankelijkheidsbewegingen. Hij was toen vaak samen met de latere vicepresident Mohammed Hatta, met wie hij onder andere PNI Baroe en de Perhimpoenan Indonesia oprichtte en met wie hij verbannen werd door het Nederlandse koloniale gezag naar het ballingsoord Boven-Digoel en later naar de Banda-eilanden. Hij werd de eerste voorman van de PS (Partai Sosialis), de toenmalige verenigde socialistische partij van Indonesië en was een gematigd nationalist.

In de Tweede Wereldoorlog heeft hij zich verzet tegen de Japanse bezetter, in tegenstelling tot vele andere Indonesische nationalisten zoals Soekarno, en werd daarom door veel Nederlanders na de oorlog als een integere persoonlijkheid bekend.

Hij werd de eerste minister-president van Indonesië van 14 november 1945 tot 20 juni 1947. Hij werd omdat hij niet met de Japanners gecollaboreerd had, geaccepteerd als onderhandelaar voor de Republik Indonesia en heeft als zodanig in belangrijke mate bijgedragen aan de totstandkoming van het akkoord van Linggadjati met Nederland in 1946. Omdat hij bereid was tot overleg met de Nederlanders, werd er voortdurend oppositie tegen hem gevoerd door radicale groeperingen onder de republikeinen. Het leidde er zelfs toe dat hij op zeker moment werd ontvoerd en vastgehouden. Door ingrijpen van Soekarno kwam hij weer vrij. In 1948 werd hij door Nederlandse parachutisten gevangengenomen in Jogjakarta en hij heeft nadien geen grote rol meer kunnen spelen, mede doordat Soekarno hem dwarszat.