Naar inhoud springen

Slag aan de Boorne

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Slag aan de Boorne
Onderdeel van de Fries-Frankische oorlogen
Slag aan de Boorne
Datum 734
Locatie rivier de Boorne, bij Irnsum
Resultaat Overwinning van de Franken
Strijdende partijen
Friezen Franken
Leiders en commandanten
koning Poppo hofmeier Karel Martel
Troepensterkte
± 2.500 ± 5.000
Fries-Frankische oorlogen

Dorestad · Keulen · Amel · Boorne

De Slag aan de Boorne (Fries: Slach oan de Boarn) of Slag bij Jirnsum (Fries: Slach by Jirnsum), was een veldslag die in de 8e eeuw plaatsvond tussen Franken en Friezen. Het leger van de Friese koning Poppo werd in deze slag door de Frankische hofmeier Karel Martel verslagen.

De precieze locatie van deze veldslag is niet helemaal zeker. Naar men algemeen aanneemt was het in de huidige Nederlandse provincie Friesland. Vermoedelijk vond de slag hier plaats nabij de monding van de Boorne in de Middelzee, in de omgeving waar nu Irnsum ligt. De slag heet daarom ook wel de "Slag aan de Bordine" of de "Slag bij Jirnsum".

Onder de voorganger van Poppo, koning Radboud, had het Friese rijk zijn grootste uitbreiding bereikt. Radboud had op slimme wijze gebruikgemaakt van de burgeroorlog die tussen 715 en 718 in het Frankische rijk was uitgebroken na de dood van de oude hofmeier Pepijn van Herstal in 715. De Friezen konden de Franken daardoor gemakkelijk verslaan. Alle gebieden die al eerder Fries waren geweest, kwamen nu weer in Friese handen.

Deze Friese hegemonie zou echter niet lang duren. Met Karel Martel kregen de Franken weer een sterke leider en werd een begin gemaakt met het terugwinnen van de aan de Friezen verloren gebieden. Vooral koning Poppo moest eraan geloven toen Karel Martel in 733 een veldtocht hield tegen de Friezen. Deze veldtocht verliep zeer voorspoedig voor de Franken; de Friezen werden helemaal teruggeslagen naar Austrachia (dit lijkt Oostergo[1]), waar het jaar daarop de laatste slag zou plaatsvinden aan de Boorne.

In 734 zette Karel Martel zijn leger met behulp van een vloot over een water (de kronieken hebben het hier over alto mare ingressum, wat gelijkgesteld wordt aan het Aelmere) en kwam bij Jirnsum aan land. Hier versloeg hij het door Poppo bijeengebrachte Friese leger, waarbij de Friese koning sneuvelde. De Franken sloegen na de overwinning aan het plunderen en staken de heidense heiligdommen van de Friezen in brand. Voorzien van een grote buit voer Karel Martel met zijn vloot terug. De Franken kregen hiermee vermoedelijk controle over het Friese gebied tussen het Vlie en Lauwers. Daarmee was de Friese onafhankelijkheid ten einde.

Deze gebeurtenis wordt onder andere beschreven in de voortzetting van de kronieken van Fredegarius, die echter niet helemaal betrouwbaar wordt geacht; de zeewaardigheid van de Franken zou hier sterk zijn overdreven, en het zou eerder aan de listigheid van Karel Martel te danken zijn geweest dat de Franken de overwinning behaalden, in combinatie met het feit dat de Friezen compleet werden overvallen.[2]:143-144

Als gevolg van de nederlaag kwam er een einde aan het Friese rijk en werd alle gebied ten westen van de Lauwers door de Franken bezet. Alleen Oosterlauwers Friesland, de oostelijke gebieden konden nog een tijdlang zelfstandig blijven. In 772 maakte de Frankische koning Karel de Grote ook daaraan een einde.