Slag bij Paardeberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Opstelling van het slagveld.

De Slag bij Paardeberg of Perdeberg ("Paardenberg") was een grote veldslag tijdens de Tweede Boerenoorlog. Er werd gevochten bij Paardebergrif aan de oevers van de Modderrivier in Oranje Vrijstaat. Deze slag vond plaats van 18 tot 27 februari 1900 over een slagveld van 15 kilometer. Zondag 18 februari 1900 wordt ook wel de Bloedige Zondag genoemd vanwege de vele doden.

De Brit lord Methuen trok in november 1899 de spoorlijn op met als doel de door de Boeren belegerde steden Kimberley en Mafeking te ontzetten. De strijd volgde net nadat de Britse troepen Kimberley hadden ingenomen. Op dit front werden veldslagen uitgevochten bij Graspan, Belmont, Modderrivier voordat de opmars twee maanden lang werd stilgelegd na de Britse nederlaag in de Slag bij Magersfontein. In februari 1900 nam veldmaarschalk Frederick Roberts het persoonlijk bevel op zich van een aanzienlijk versterkt Brits offensief met 40.000 militairen en 120 kanonnen.

Het leger van Afrikaner-generaal Piet Cronjé trok zich terug van zijn verschanste stelling bij Magersfontein in de richting van Bloemfontein. Zijn communicatielijnen waren onderbroken door generaal-majoor John French, wiens cavalerie kort voordien de Boer-stelling had overvleugeld om Kimberley te ontzetten. De terugtrekkende Boeren, onder leiding van Piet Cronjé, 4000 in totaal en een onbekend aantal 'achterrijders' (zwarte helpers), zaten vast in Paardeberg en moesten zich uiteindelijk overgeven na een langdurige belegering en nadat Cronjé nog een aanval door luitenant-generaal Kitchener had afgeweerd. De Boeren werden gevangen genomen en afgevoerd naar het eiland Sint-Helena.

Deze veldslag werd het begin van het einde, ook al heeft de guerrilla-oorlog nog tot 1902 geduurd. Pas op 31 mei 1902 werd de vrede getekend in de plaats Vereeniging en dit betekende het einde van de Boerenrepublieken Transvaal en Oranje Vrijstaat.