Slag bij de Singels

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eerste Engelse Oorlog

Dover · Plymouth · De Hoofden · De Singels · Driedaagse Zeeslag · Livorno · Nieuwpoort · Ter Heijde

De Slag bij de Singels (ook bekend als de Slag bij Dungeness) was een zeeslag die tijdens de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog op 10 december 1652 werd uitgevochten bij de kaap van Dungeness en de Shingles in Kent.

Bij het begin van de Eerste Engelse Zeeoorlog probeerde het Engelse Gemenebest zoveel mogelijk Nederlandse handelsschepen buit te maken door konvooien aan te vallen, de traditionele wijze van oorlogvoering ter zee. De bevelhebber van de Nederlandse vloot, luitenant-admiraal Maarten Harpertszoon Tromp, deed zijn best de koopvaarders te beschermen door ze met oorlogsschepen te begeleiden. Hij ging gevechten dus zoveel mogelijk uit de weg. Viceadmiraal Witte Corneliszoon de With kreeg van de Staten-Generaal toestemming om een modernere strategie uit te proberen waarbij het hoofddoel de vernietiging van de vijandelijke oorlogsvloot zou zijn en verving Tromp als bevelhebber. De Withs strategie liep in de Slag bij de Hoofden echter uit op een vernederende nederlaag. De With kreeg een zenuwinzinking en werd als bevelhebber weer vervangen door Tromp die zijn oude handelswijze hervatte.

Door haar overwinning in de Slag bij de Hoofden nam de regering van het Engelse Gemenebest, de Council of State, in oktober 1652 ten onrechte aan dat de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zo goed als verslagen was. Omdat het traditionele vaarseizoen afgelopen was, ging men ervan uit dat de Republiek in ieder geval geen grote vloot meer in zee zou brengen. Dat zou Engeland in staat stellen zijn belangen in andere contreien beter te behartigen. Een eskader onder kapitein Andrew Ball werd naar de Oostzee gezonden. Viceadmiraal William Penn moest op de Noordzee kolenschepen uit Newcastle upon Tyne begeleiden om Londen tijdens de winter te voorzien van de nodige brandstof. Twintig schepen onder kapitein James Peacock werden weggestuurd naar de Middellandse Zee. Het resultaat was dat de Engelsen maar een concentratie van een veertigtal schepen in de thuiswateren overhielden, gevaarlijk weinig om het tegen een mogelijke Nederlands vloot op te nemen. Daarnaast werd aan de sterkte afbreuk gedaan door een slechte bevoorrading, een onvoldoende bemanning doordat zeelui onderdoken om niet geronseld te worden en een langzaam herstel van de schade opgelopen in de Slag bij de Hoofden. Het verreweg grootste Engelse oorlogsschip, de Sovereign of the Seas, zou maanden in reparatie blijven. Ondertussen waren de Nederlanders hun oorlogsvloot in een rap tempo aan het repareren en aanvullen. Er werd een embargo opgelegd inhoudend dat eerst de Nederlandse oorlogsschepen bemand moesten worden voordat iemand bij een koopvaarder kon aanmonsteren. Ondanks het gevaarlijke weer wilden veel koopvaarders hoe dan ook naar het zuiden afvaren, vooral van de "Bordeauxvloot" die wijn moest halen in Frankrijk.

Op 1 december 1652 escorteerde luitenant-admiraal Maarten Tromp van Hellevoetsluis met 88 schepen en vijf branders een enorm konvooi van zo'n 450 koopvaarders met als bestemming verschillende Franse havens aan de westkust, de Middellandse zee en Indië. De oorlogsvloot van Tromp bestond uit vier eskaders: dat van hemzelf met Gideon de Wildt als vervangend viceadmiraal en Corstiaen Corstiaenszoon de Munnick als schout-bij-nacht; een eskader onder vervangend viceadmiraal Augustijn Balck dat officieel van De With was;[1] een voornamelijk Zeeuws eskader onder viceadmiraal Johan Evertsen met als vervangend viceadmiraal Michiel Adriaanszoon de Ruyter en tenslotte een eskader van de Admiraliteit van het Noorderkwartier aangevuld met Friese schepen onder viceadmiraal Pieter Florisse Blom met als vervangend viceadmiraal Hendrick Janszoon Camp en als schout-bij-nacht Rombout van der Parre.[2] Omdat De With afwezig was, nam De Ruyter op de Witte Lam zijn eskader over en in ruil daarvoor werd Jan Evertsen de Liefde, de vlaggekapitein van De With op de Prinses Louise, tijdelijk viceadmiraal onder Johan Evertsen. Nadat het konvooi veilig door de Straat van Dover was geraakt, splitste het zich in kleinere groepen die ieder in Het Kanaal op weg gingen naar hun bestemming, begeleid door in totaal zestien oorlogsschepen.[1] Hierna ging de hoofdmacht van Tromp om de koopvaarders te dekken op zoek naar de Engelse vloot, die hij tegenkwam op 9 december 1652. Hij ontmoette een vloot van 42 schepen onder het bevel van Robert Blake. Slecht weer zorgde echter dat het gevecht werd uitgesteld naar 15:00 uur de volgende dag, waar de twee vloten bij de kaap van Dungeness elkaar te lijf gingen.

Tegen de avond hadden de Nederlanders vier schepen tot zinken gebracht, twee geënterd en verschillende beschadigd. Blake trok zich terug toen de duisternis inviel.

De overwinning gaf de Nederlanders controle over Het Kanaal. Volgens een legende zou Tromp een bezem aan zijn mast hebben gebonden om te tonen dat hij de zee van zijn vijanden had schoongeveegd.

Het gevecht toonde niet alleen aan dat de Nederlanders nog verre van verslagen waren, maar bewees ook dat huurlingen, die hun schepen niet al te graag in gevaar wilden brengen, niet te vertrouwen waren tijdens een zeeslag.

Voor de Engelsen was de nederlaag een grote schok en men begon voor een invasie te vrezen. Vuurtorens aan de zuidkust kregen instructies om te verhinderen dat ze door de Nederlanders gebruikt konden worden om op te navigeren.[3] De zuidkust werd versterkt om een inval af te slaan. Generaal Marmaduke Langdale, een balling in de kring van de Karel II van Engeland, stelde voor een invasie op de oostkust uit te voeren en Newcastle in te nemen. Men durfde die winter ook geen kolenschepen naar Londen meer te sturen en de prijs van steenkool verveelvoudigde daar tot wel ₤6,- per London Chaldron, ongeveer anderhalve ton.[4]

Blake herstelde zijn vloot tijdens de winter, en veranderde zijn tactieken. Tegen februari 1653 waren de Engelsen klaar om de Nederlandse controle over de wereldzeeën opnieuw uit te dagen, wat leidde tot de Driedaagse Zeeslag bij Portland.

Noten[bewerken]

  1. a b James Bander, 2014, Dutch Warships in the Age of Sail 1600-1714: Design, Construction, Careers & Fates Seaforth Publishing 328 pp
  2. Rif Winfield, 2010, British Warships in the Age of Sail 1603-1714: Design, Construction, Careers and Fates. Fleet Actions, xxvii - xxviii, Seaforth Publishing
  3. Gardiner, Samuel Rawson & Atkinson, C.T. (Editors), 1906, Letters and Papers Relating to the First Dutch War 1652-1654 Vol. III, Navy Records Society, London, p. 303
  4. Davies, J.D., 2008, Pepys's Navy: Ships, Men and Warfare 1649-89, Seaforth Publishing, 320 pp
Portal.svg Portaal Marine