Slotgracht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het met een slotgracht omringde Muiderslot

Een slotgracht is een diepe, brede gracht, droog of gevuld met water, dat een kasteel of gebouw omringt. Een slotgracht dient historisch gezien ter verdediging. In latere periodes werden grachten ook aangelegd voor de sier.

Etymologie[bewerken]

Het woord komt van graft, waarin het woord graven te herkennen is. De klankverschuiving waarbij de f-klank verschoof naar een ch-klank is typisch voor het Nederlands en is ook terug te vinden in woorden als zacht (vgl. Duits: sanft, Engels soft, Fries: sêft) en lucht (vgl. Duits: Luft, Fries: loft).

Functie[bewerken]

De belangrijkste taak van de slotgracht was het voorkomen dat de vijand het kasteel of fort dicht kon naderen om met behulp van ladders de kantelen te bestormen.