Soortaanduiding
Een soortaanduiding of soortsepitheton is het tweede deel in de wetenschappelijke naam van prokaryoten, algen, schimmels en planten. Het eerste deel is de naam van het geslacht waartoe de soort wordt gerekend en wordt geslachtsnaam genoemd.
In de biologie valt dit onder binomiale nomenclatuur: de naam van de soort bestaat uit twee delen. De geslachtsnaam (beginnend met een hoofdletter) en de soortaanduiding (geheel met kleine letters geschreven) worden behandeld als Latijn. Het is gebruikelijk de naam vaan een soort, dus de geslachtsnaam en de soortaanduiding, in een tekst cursief te schrijven.
Linnaeus kende zulke tweedelige namen niet alleen toe aan planten en dieren, maar ook aan mineralen.
Planten
[bewerken | brontekst bewerken]De plant gewone berenklauw bijvoorbeeld heeft als botanische naam (wetenschappelijke naam in de plantkunde): Heracleum sphondylium. Hierbij is sphondylium de soortaanduiding en Heracleum de naam van het geslacht waartoe deze soort behoort. In de plantensystematiek spreekt men van binaire namen.
Is er een ondersoort, dan volgt een toevoeging, voorafgegaan door de afkorting "subsp.". Bij de gewone berenklauw is er een ondersoort: Heracleum sphondylium subsp. sibiricum, waar "subsp." staat voor subspecies="ondersoort", en sibiricum de ondersoortaanduiding is. Als er variëteiten zijn, dan wordt de aanduiding daarvan voorafgegaan door "var.".
Bij volledige namen wordt de soortaanduiding, en de aanduidingen voor ondersoort en/of variëteit gevolgd door de auteursnaam of auteursnamen, bijvoorbeeld Kickxia spuria (L.) Dumort. Deze zijn bedoeld voor gebruik bij het citeren van botanische namen. Deze niet-verplichte auteursnamen worden gewoonlijk niet klein geschreven.
Dieren
[bewerken | brontekst bewerken]In de zoölogische nomenclatuur worden wetenschappelijke namen voor soorten gebruikt die in de vorm sterk op die van planten lijken: de wetenschappelijke naam voor de koolmees is Parus major. Deze naam, een binomen, bestaat uit twee aparte namen, waarbij major de soortnaam is, en Parus het geslacht is waartoe de koolmees behoort, naast nog meer mezensoorten.
Het meest in het oog lopende principiële verschil is dat het tweede deel van de naam van een diersoort, de soortnaam, een naam is, een formele entiteit. Zo wordt het tweede deel van de naam Felis catus in de zoölogische nomenclatuur ook geciteerd als: "catus Linnaeus, 1758, zoals gepubliceerd in het binomen Felis catus". Bij uitzondering kan de soortnaam, het tweede deel van een binomen, zelfs bestaan als het eerste deel, de geslachtsnaam, niet bestaat.
Bij dieren bestaan dus geen soortaanduiding, maar bestaat de naam van een soort uit twee namen. In geval van een ondersoort wordt nog een derde deel aan de naam wordt toegevoegd, de ondersoortnaam: het geheel heet dan een trinomen.
Virussen
[bewerken | brontekst bewerken]Voor virussen is een ander systeem van naamgeving in gebruik, zoals voorgesteld door de International Committee on Taxonomy of Viruses. De volledige namen voor de soorten zijn Engels en kunnen uit meer delen bestaan. Vaak bestaan er voor de soorten alternatieve namen, die nog veel in gebruik zijn. Een voorbeeld is het humaan herpesvirus 3 (varicellazostervirus), dat behoort tot het geslacht Varicellovirus.