Recht van opstal: verschil tussen versies

Naar navigatie springen Naar zoeken springen
56 bytes verwijderd ,  2 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
Het '''recht van opstal''' ([[Latijn]]: ''superficies'') is een [[zakelijk recht]] om in, op of boven een [[onroerende zaak]] die [[eigendom]] is van een ander [[rechtssubject]], gebouwen, werken of beplantingen (de zogenaamde [[opstal (bouwwerk)|opstallen]]) in eigendom te hebben. Het opstalrecht is een uitzondering op het recht van [[natrekking]], volgens hetwelk deze opstallen in principe automatisch eigendom zouden zijn van de grondeigenaar.
 
Degene die het recht van opstal heeft, heet de opstaller of opstalhouder (''superficiarius''). De eigenaar van de grond waarop een opstalrecht is gevestigd wordt [[bloot eigenaar|blote eigenaargrondeigenaar]] of opstalgever (''dominus soli'') genoemd.
 
== België ==
=== Gewoon opstalrecht ===
In België wordt het '''zelfstandig''' recht van opstalopstalrecht geregeld door een wet van 10 januari 1824 over het recht van opstal (Opstalwet), een van de weinige wetten uit de tijd van het [[Verenigd Koninkrijk der Nederlanden]] die nog altijd geldig zijn. Deze wet definieert het recht van opstal als "''een zakelijk recht om gebouwen, werken of beplantingen te hebben voor het geheel of een deel, op, boven of onder andermans grond''" (art. 1 Opstalwet).
 
Een recht van opstalopstalrecht moet worden gevestigd in een [[notariële akte]]. Om tegenwerpelijk te zijn aan derden moet de titel worden overgeschreven op het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie (art. 3 Opstalwet en art. 1 [[Hypotheekwet]] van 16 december 1851 (Hyp.W.)). Het recht van opstal heeft een maximumduur van 50 jaar (art. 4 Opstalwet). Op het einde van het opstalrecht wordt de grondeigenaar ook eigenaar van de opstallen, omdat dan het [[recht van natrekking]] optreedt, en moet hij de waarde van de opstallen vergoeden aan de opstalhouder (art. 6 Opstalwet).
 
Het recht van opstal hoeft niet noodzakelijk onder bezwarende titel te worden gevestigd, waarbij er een vergoeding verschuldigd is. Deze jaarlijkse vergoeding wordt aangeduid met de term ''solarium'', en is te vergelijken met het [[Canon (pacht)|canon]], de jaarlijkse vergoeding die men krijgt bij [[erfpacht]]. Het recht van opstal vanopstalrecht tevens [[om niet]] ontstaan, dus zonder tegenprestatie. Behalve de dwingende bepaling omtrent de maximumduur, is de Opstalwet van aanvullend recht (art. 8 Opstalwet). Partijen kunnen dus contractueel andersluidende regelingen afspreken.
 
=== Accessoir opstalrecht ===
Een recht van opstal kan ook accessoir zijn aan een ander recht, zoals een huur- of erfpachtrecht. Anders dan naar Nederlands recht (zie hieronder), hebben de huurder en de erfpachter in België automatisch een opstalrecht dat accessoir is aan hun huur- of erfpachtrecht (het zogenaamde hoofdrecht). De huurder of erfpachter die bouwt op gehuurde of gepachte grond, zal dus wel eigenaar blijven van zijn gebouw, zonder dat een afzonderlijk recht van opstal moet worden gevestigd. Dit accessoir opstalrecht eindigt automatisch samen met het huur- of erfpachtrecht, zodat de eigenaar van de grond op dat ogenblik door natrekking eigenaar wordt van de gebouwen opgericht door de huurder of erfpachter. De grondeigenaar zal de titularis van het hoofdrecht dan moeten vergoeden voor deze gebouwen die hij in eigendom verkrijgt op grond van de leer van de [[ongerechtvaardigde verrijking]] (verrijking zonder oorzaak)]]. De Opstalwet van 10 januari 1824 is niet van toepassing op deze accessoire opstalrechten, zodat onder andere de maximumduur van vijftig jaar en de vergoedingsregeling op het einde van het opstalrecht (die gunstiger is voor de opstalhouder dan de vergoedingsregeling op grond van de ongerechtvaardigde verrijking zonder oorzaak) hierop niet van toepassing zijn.
 
== Nederland ==
1.014

bewerkingen

Navigatiemenu