Spuitbus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Doorsnede van een spuitbus
Omgekeerde epsilon
Spuitbussen in 1971

Een spuitbus is een verpakkingsvorm. Het bestaat uit een houder van blik, aluminium of glas. De inhoud van de spuitbus bestaat uit een werkstof en een drijfgas. Drukt men op het ventiel, dan perst het drijfgas de werkstof naar buiten in de vorm van een nevel, een schuim of een poeder.


Geschiedenis[bewerken]

De eerste voorlopers van de spuitbussen zoals we die nu kennen, dateren van eind 18e eeuw. Halverwege de 19e eeuw werden de eerste metalen spuitbussen getest. Deze waren vanwege hun gewicht en omvang geen commercieel succes. In 1899 namen Helblin en Pertsch een patent op een spuitbus waarin methyl- en ethylchloride als drijfgas werd gebruik.

Erik Rotheim[bewerken]

De Noor Erik Rotheim wordt over het algemeen gezien als de uitvinder van de moderne spuitbus. Hij verbeterde bestaande patenten en patenteerde zijn uitvinding in 1927 in Noorwegen en in 1931 in de Verenigde Staten. Zijn vinding werd op commerciele basis gebruikt voor de productie van onder meer verfspuitbussen.


Wetgeving[bewerken]

Een spuitbus is een drukverpakking. Er bestaat een aparte Europese richtlijn voor spuitbussen, de zogenaamde Aerosolrichtlijn (naar het Engels: Aerosol Dispenser Directive). Hierin staat aan welke wettelijke eisen een spuitbus moet voldoen. Om aan te geven dat een spuitbus aan de wettelijke eisen van de Aerosolrichtlijn voldoet, plaatst de fabrikant een 'omgekeerde epsilon' op de spuitbus. De Aerosolrichtlijn is in Nederland geïmplementeerd via het Warenwetbesluit Drukverpakkingen.


Techniek[bewerken]

Bij spuitbussen met vloeistof loopt in de spuitbus van het spuitstuk aan de bovenkant tot vlak boven de bodem een pijpje, waardoor de vloeistof als gevolg van de druk van het drijfgas omhoog gestuwd wordt. Bij spuitbussen met slagroom of andere stroperige inhoud ontbreekt dit, en moet de spuitbus ondersteboven gebruikt worden. In een spuitbus zit regelmatig een schudkogel, om zo ervoor te zorgen dat de vloeistoffen goed mengen.


Toepassingen[bewerken]

Spuitbussen worden onder andere gebruikt voor:

  • Verf (zie ook graffiti)
  • Persoonlijke verzorging: deodorant, parfum, haarlak, scheerschuim.
  • Met voedingsmiddelen, zoals slagroom.
  • Om lucht te blazen, bijvoorbeeld om stofdeeltjes te verwijderen, of met een toeter om lawaai te maken. Een spuitbus om een fietsband op te pompen bevat vaak tevens middelen om een gaatje in de band te kunnen dichten.
  • Om op te vullen of te verbinden, zoals lijm en purschuim, of een vulkaniseermiddel.
  • Smeermiddelen, zoals kruipolie, teflonspray, siliconenspray, vaselinespray, etc.
  • Zinkspray, ter bescherming van ijzeren voorwerpen.
  • In de elektrotechniek, om bijvoorbeeld contacten te beschermen, schoon te maken of om componenten te bevriezen.
  • Als feestartikel. De spuitbus kan bijvoorbeeld gemakkelijk te verwijderen slierten spuiten.
  • Pepperspray, traangas (bij een spuitbus: traangas opgelost in een vloeistof).
  • Met gifstoffen om ongedierte te bestrijden.

Als, zoals bij verf, de vloeistof de neiging heeft te ontmengen, wordt in de spuitbus een zware metalen kogel toegevoegd zodat het mengsel door schudden kan worden gehomogeniseerd.

Vooral bij spuitbussen met lijm, verf en zinkspray, kan soms het spuitmondje verstopt raken. Om dat te voorkomen kan met de spuitbus even ondersteboven gespoten worden, zodat er alleen met drijfgas geblazen wordt en het spuitmondje gereinigd wordt.

Een spuitbus met polyurethaanschuim wijkt van de andere af, omdat die spuitbus ondersteboven gebruikt wordt. Om het spuitmondje schoon te blazen moet deze daarom juist rechtop gehouden worden.