Stalag VI C Bathorn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Stalag VI C Bathorn
Stalag VI C Bathorn (Duitsland (1937))
Stalag VI C Bathorn
Ingebruikname juni 1938[1]
Bevrijding 5 april 1945[1]
Locatie Bathorn
Verantwoordelijk land nazi-Duitsland
Coördinaten 52° 35′ NB, 06° 60′ OL
Beheerder Justitie
OKW

Stalag VI C Bathorn, voorheen Kamp Bathorn, was een krijgsgevangenenkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag halverwege Hardenberg en Lingen.

Geschiedenis[bewerken]

Kamp Bathorn werd in juni 1938 als strafkamp gebouwd en vrijwel direct weer gedeeltelijk onttakeld, omdat de barakken nodig waren voor het bouwen van de zogenaamde Westwall. Er was plaats voor 1.000 gevangenen. In september 1939 werd het kamp door de Wehrmacht overgenomen voor de huisvesting van krijgsgevangenen. Bathorn werd Stalag VI C Bathorn. Het kreeg Alexisdorf, Dalum, Groß Hesepe, Wietmarschen, Fullen, Wesuwe en Versen als dependances. De laatste drie vormden tot mei 1942 Stalag VI B Versen. In het kader van de Emslandlager[2] stond het kamp bekend als Lager XIV Bathorn. Op de officiële lijst van Duitse concentratiekampen[3] staat het kamp niet vermeld. De regionale autoriteiten hoopten vanaf begin oktober 1939 16.500 krijgsgevangenen te kunnen huisvesten in genoemde zeven krijgsgevangenenkampen. Nu de Reichsarbeitsdienst in 1938 was opgeheven, wenste men deze krijgsgevangenen als vervangende werkkracht. In de praktijk werden er in 1939/40 eerst echter gevangenen opgenomen die in afwachting van verder transport waren. Of deze ook in kamp Alexisdorf zijn geweest is niet bekend. Vanaf 10 september 1940 zijn aantallen bekend. De Stalag VI C kampen huisvesten toen 16.552 krijgsgevangenen. Daaronder 13.060 Fransen, 343 Engelsen (anderhalve maand later nog maar 2), 943 Belgen en 2.206 Polen. In mei 1941 kwamen daar 593 Joegoslaven bij en in juni van dat jaar nog eens 1.450 Serviërs. Augustus 1941 stonden er 5.984 Russen in het kamp geregistreerd. September 1941 hadden de kampen 27.313 inwoners, waaronder 11.441 Fransen en 13.973 Russen. De kampen hadden een oorspronkelijke wooncapasiteit van 5.500.

Resten brugpijler bij voormalig stalag Bathorn

Dodental[bewerken]

In de vijftien Emslandlager hebben naar schatting 100.000 tot 180.000 krijgsgevangenen en 80.000 politieke- en strafgevangenen moeten verblijven. Naar schatting zijn 38.000 van deze gevangenen in de Emslandlager vermoord. Voor het merendeel, 35.000, zijn dat Russische krijgsgevangenen geweest. Deze liggen op negen begraafplaatsen en in massagraven begraven. Per kamp kan zowel qua inwonertal als ten aanzien van het dodental niets specifieks met zekerheid worden gezegd. Van de begraafplaatsen is voor een deel van de gevallen wel bekend hoeveel mensen er liggen en welke nationaliteit deze mensen hadden. Hoeveel van de 180.000 tot 260.000 kamp bewoners de oorlog hebben overleefd is onbekend. Velen zijn later in andere kampen vermoord.

Literatuur[bewerken]

  • Pieter Albers: Gevangen in het veen. De geschiedenis van de Emslandkampen, Uitgeverij Friese Pers/Noordboek, druk 4 / 2009. ISBN 9789033005411
  • Erich Kosthort und Bernd Walter: Konzentrations- und Strafgefangenenlager im Dritten Reich, Beispiel Emsland, 3 Bde. Düsseldorf 1983
  • Kurt Buck: Auf der Suche nach den Moorsoldaten. Emslandlager 1933 - 1945 und die historischen Orte heute. Papenburg 6. Aufl. 2008
  • Giovanni R. Frisone und Deborah Smith Frisone: Von Albanien ins Stalag VI C, Zweiglager Versen und Fullen. Zeichnungen und Tagebuchaufzeichnungen des italienischen Militärinternierten Ferruccio Francesco Frisone 1943-1945, Papenburg 2009 (ISBN 978-3-926277-18-3)
  • Erich Kosthorst, Konzentrations- und Strafgefangenenlager im Emsland 1933 - 1945: zum Verhältnis von NS-Regime und Justiz, Düsseldorf, 1985

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]