Stedenboeken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Plattegrond van Haarlem uit 1550 door Jacob van Deventer
Plattegrond van Antwerpen, uitgave Willem Blaeu
Plattegrond van Amsterdam, uitgave Willem Blaeu

Stedenboeken met plattegronden van steden zijn de tegenhangers van de grote atlassen met kaarten, maar werden uitgegeven door dezelfde beroemde uitgevers in de zestiende en de zeventiende eeuw. Een meer correcte naam is Stedenatlassen.

Braun en Hogenberg zijn bekend om de productie van de stedenatlas, getiteld Civitates Orbis Terrarum. Georg Braun, kanunnik van de Dom van Keulen stelde de tekst samen en Frans Hogenberg zorgde voor de gravures, een aantal daarvan was gebaseerd op tekeningen van Joris Hoefnagel, een topografische kunstenaar. De serie Civitates Orbis Terrarum die in Keulen werd gedrukt en uitgegeven - het le deel verscheen in 1572 en het laatste 6e deel in 1617 - stond model voor de grote Amsterdamse stedenboeken uit de 17e eeuw. Alle belangrijke steden van de toen bekende wereld werden erin afgebeeld.

Hoewel men Braun en Hogenberg beschouwde als de eersten die een reeks stadsplattegronden hebben uitgegeven, is dit niet juist. De Nederlandse landmeter en cartograaf Jacob van Deventer (1500-1575) kreeg van Koning Filip II opdracht om van alle Nederlandse steden een plattegrond te tekenen en zo ontstonden tussen 1550 en 1570 gedetailleerde plattegronden, in totaal 260 stuks. Deze werden echter niet in druk uitgegeven. In 1567 verzorgde Lodovico Guicciardini een geïllustreerde uitgave van de "Descritione di Tutti I Paesi Bassi" (Beschrijving van de Nederlanden) waarin ook vele stadsplattegronden waren afgebeeld. Sommige daarvan waren gebaseerd op het werk van voornoemde van Deventer.

De 363 koperplaten waarmee de kaarten en topografische prenten van Civitates Orbis Terrarum werden afgedrukt, gingen later van hand tot hand. In 1653 wist de Amsterdamse uitgever Johannes Janssonius ze te bemachtigen en gaf ze in een achtdelig stedenboek uit.

Voortbouwend op de oorspronkelijke uitgave van Braun & Hogenberg, en gebruikmakend van de inmiddels gepubliceerde nieuwe plattegronden en kleinere stedenreeksen, verschenen in de tweede helft van de 17e eeuw de stedenboeken van Joan Blaeu, Johannes Janssonius en Frederick de Wit.

De eerste grote Nederlandse stedenreeks verscheen in 1649 bij de Amsterdamse uitgever van boeken en kaarten Joan Blaeu. Hij beperkte zijn uitgave tot twee stedenboeken van de Noordelijke- en Zuidelijke Nederlanden (respectievelijk het Statendeel en het Koningsdeel). Zijn plan uiteindelijk de kaarten van alle steden van de wereld in een grote reeks stedenboeken te bundelen kwam niet tot stand. In 1663 publiceerde Joan Blaeu drie Italiaanse stedenboeken, Citta del Vaticano, Roma en Napoli & Sicilia. Later volgden in 1682 de delen Piëmont en Savoye. Een complete herdruk van het werk, in vier delen, verscheen in 1704/05 bij Pieter Mortier, nu met de teksten in het Latijn, Frans of Nederlands. De stedenboeken van Italië werden later nog een keer uitgebracht door Rutgert Christoffel Alberts in Den Haag.

In 1657 volgde Blaeus concurrent Johannes Janssonius met diens stedenboeken van de wereld waarin inderdaad alle steden voorkwamen. Door het kopiëren van Blaeus plattegronden en door het aankopen van de drukplaten van het bovenvermelde werk van Braun & Hogenberg lukte hem dat. Daardoor had hij zo een vijfhonderd koperplaten voorhanden.

Zo’n veertig jaar later, waagde Frederik de Wit die zich aan nieuwe stedenboeken. Hij was bedreven in het bewerken van bestaande koperplaten. Er werden oa kompasrozen toegevoegd en soms werden er nieuwe cartouches gemaakt. Omstreeks 1690 bemachtigde hij een groot aantal overgebleven koperen drukplaten uit de oude voorraad van de opgeheven bedrijven van Blaeu en Janssonius. Een tweedelige uitgave met 260 plattegronden en stadsgezichten was het resultaat.

Met het werk van De Wit kwam er een einde aan de periode van de grote Amsterdamse stedenboeken. Toch hebben een aantal koperplaten van De Wit nog een lang leven gehad. Omstreeks 1730 werden een aantal gebruikt door de Leidse drukker Pieter van der Aa en tot diep in de 18e eeuw weer afgedrukt en verkocht door het Amsterdamse bedrijf van Covens & Mortier.

Kleine stadsplattegronden, werden vanaf circa 1740 uitgegeven door Isaak Tirion. Zij worden ook aangetroffen in de Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden, ook een uitgave van Tirion.

Literatuur[bewerken]

  • Peter van der Krogt, Koeman’s Atlantes Neerlandici: New Edition, Vol. IV: The Town Atlases, Braun & Hogenberg, Janssonius, Blaeu, De Wit, Mortier and others Houten: HES & De Graaf Publishers, 2010. – 3 delen; 1716 pp. (bibliografie van de in Nederland uitgegeven stedenatlassen met afbeeldingen van alle plattegronden en stadsgezichten).
  • B. van ’t Hoff, Bijdrage tot de dateering van de oudere Nederlandsche stadsplattegronden. Nederlandsch Archievenblad 49, 1941-1942, pag,s 29-68 en 97-150.
  • Friedrich Bachmann, Die alten Städtebilder : ein Verzeichnis der graphischen Ortsansichten von Schedel bis Merian. Leipzig : Karl W. Hiersemann, 1939.
  • B. van 't Hoff, Jacob van Deventer keizerlijk en koninklijk geograaf. Den Haag, Martinus Nijhoff, 1953.
  • Alois Fauser, Repertorium älterer Topographie : Druckgraphik von 1486 bis 1750. Wiesbaden : Reichert, 1978.
  • Historische plattegronden van Nederlandse steden. Lisse : Stichting Historische Stadsplattegronden (Alphen aan den Rijn : Canaletto,(1978 – en verder).

Bron[bewerken]