Stevenisten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Stevenisten zijn volgelingen van priester Cornelis Stevens, die vóór het Concordaat van 15 juli 1801 vicaris-generaal van het bisdom Namen was.

Geschiedenis[bewerken]

Ontstaan[bewerken]

Vicaris-generaal Stevens stelde in zijn provocerende pamfletten dat de al te toegeeflijke paus Pius VII het concordaat slechts onder dwang had getekend, dat alle bepalingen van dit concordaat ongedaan gemaakt dienden te worden, kortom dat alles (in de verhouding tussen kerk en staat) bewaard moest blijven zoals het vóór de Franse Revolutie was geweest. Na het arrestatiebevel tegen hem, dook Cornelis Stevens onder in zijn geboortestad Waver (Waals-Brabant), waar hij op veel bijval kon rekenen. Stevens hekelde niet alleen Napoleon maar ook de slaafse onderdanigheid van de bisschoppen aan de keizer. Na de val van Napoleon zag hij geen reden om zich verder tegen de bisschoppen te verzetten en hij trad opnieuw in de openbaarheid.

De gematigde stevenisten, die aanvankelijk vooral in de streek van Waver sterk vertegenwoordigd waren, verdwenen dus als groep na de nederlaag van Napoleon en het vertrek van de Fransen in 1814. Een kleine groep extremisten bleef echter stellen dat de bisschoppen door het aanvaarden van de zogenaamde Organieke Artikelen (een aantal bepalingen die Napoleon eenzijdig aan de tekst van het concordaat had toegevoegd) ontrouw waren geworden aan de paus en een soort staatskerk hadden gevormd.

Ze verbraken de gemeenschap met de officiële geestelijkheid en vormden een niet-hiërarisch georganiseerde sekte. Deze bestond uit een kring Namen-Doornik (geleid door pastoor Theys uit Jumet bij Charleroi), een kring Brabant (met pastoor Winnepenninckx uit Leerbeek in het Pajottenland) en de kring West-Vlaanderen (in Gits bij Hooglede).

Stevenisme in West-Vlaanderen[bewerken]

De gemeente Gits staat bekend als de bakermat van het stevenisme in West-Vlaanderen, een beweging die tussen 1812 en 1853 haar hoogtepunt kende, na de excommunicatie van Napoleon door Pius VII als gevolg van de inname van de Pauselijke Staat. Vier West-Vlaamse pastoors, waaronder de Gitse pastoor Jan Priem en diens onderpastoor Jan Claeys, wilden niet langer het gebed voor de keizer zingen na de hoogmis. Zelfs nadat Cornelis Stevens zelf was teruggekeerd naar de Rooms-Katholieke kerk, weigerden de radicalere bewegingen zich neer te leggen bij de nieuwe kerkelijke structuur, met verplicht burgerlijk huwelijk, afschaffing van een aantal feestdagen en het invoeren van een vast loon voor de priester in plaats van de gebruikelijke tienden. Zij bleven vasthouden aan de kerk van het ancien regime. Pieter-Jan Van Canneyt en de weduwe Rosalie van de Putte stelden hun hoeve ter beschik-king van de Stevenistische priesters, die te Gits hun dienstwerk verrichtten.

Theresia Van Canneyt, nicht van Pieter-Jan Van Canneyt, trok in 1852 met haar gezellin Theresia de Croocq naar Rome waar zij door paus Pius IX ontvangen werd. Hij gaf hen een brief mee, waarin hij schreef dat de stevenisten de bisschoppen in het land moesten erkennen. Bij hun terugkeer vroegen de Gitse stevenisten de dames of zij de paus de brief effectief hadden zien ondertekenen. Zij ontkenden en keerden prompt terug naar Rome, waar de paus een tweede keer de brief ondertekende, op 23 januari 1853. De familie Van Canneyt verzoende zich met de Rooms-Katholieke kerk en stelde hiermee een voorbeeld voor de parochie. Theresia Van Canneyt ging later nog een derde keer naar Rome. Zij overleed bij het heiligdom van Onze-Lieve-Vrouw van Loreto op 29 december 1862. Als dank voor de verzoening liet Barbara Van Canneyt in 1875 een Mariakapel bouwen bij het ouderlijke erf in de Hazelstraat. In 1985 werd die kapel volledig gerestaureerd. Op vandaag zouden er in Gits nog altijd een aantal stevenisten actief zijn.

De geschiedenis van het stevenisme in Vlaanderen, in West-Vlaanderen en in Gits werd uitvoerig beschreven in de werken van de in 2005 overleden benedictijnenmonnik Dom Aubert-Tillo van Biervliet, wiens betovergrootmoeder Coleta een zus was van Theresia en Barbara Van Canneyt. Gits heeft intussen een Stevenistenstraat en een Theresia Van Canneytstraat, wat de herinnering aan die periode levendig houdt.

Zonder herders[bewerken]

Na de dood van hun geestelijke leiders ontbrak het de stevenisten aan priesters, omdat zij ook met de pausen niets meer te maken wilden hebben, zolang deze het concordaat als rechtsgeldig bleven erkennen. Er waren aldus geen bisschoppen meer om voor de stevenisten priesters te voorzien; de stevenisten accepteerden op hun beurt geen priesters die door bisschoppen gewijd waren die het concordaat erkenden. Bovendien waren vanaf 1860 de contacten met de Rooms-Katholieke Kerk tot stilstand gekomen.

De stevenisten gingen na de dood van hun leiders na het midden van de 19e eeuw verder zonder priesters. Sommigen houden dit tot op vandaag vol. Het doopsel wordt door de groep zelf toegediend. De stevenisten biechten voor een kruisbeeld en op zondag worden de gebeden uit het missaal gezamenlijk hardop voorgelezen. Aan het hoofd van elke priesterloze communiteit staat een mannelijke leek die "Spirituele Vader" genoemd wordt.

In de jaren veertig en de jaren vijftig van de 20e eeuw werden er door officiële vertegenwoordigers van de Rooms-Katholieke Kerk pogingen ondernomen om met de stevenisten tot een overeenkomst te komen. De dialoog liep spaak, onder meer omdat de Vaticaanse bureaucratie bij het opstellen van zendbrieven onzorgvuldig haar woorden gekozen had. Zo sprak het Vaticaan over het "terugbrengen in de kudde" van de stevenisten, terwijl de stevenisten zichzelf altijd als rechtgeaarde rooms-katholieken waren blijven beschouwen.

Hedendaagse stevenisme[bewerken]

Stevenistenkerk in Leerbeek

In Gits en Leerbeek zijn er nog altijd stevenisten actief. Zij hebben hun eigen kerkgebouwen. Het stevenisme beperkt zich tot enkele - vaak grote - families. De stevenisten werven niet onder andere katholieken of niet-gelovigen. Zij hebben geen priesters.

Afsplitsing[bewerken]

Een ander deel van de stevenisten zocht steeds meer contacten met de Oud-Katholieke Kerken en autocefale katholieke kerken. Al rond het midden van de 19e eeuw waren de stevenisten tijdelijk van de sacramenten voorzien door een oudkatholieke bisschop van de Gallicaans-Katholieke Kerk van Frankrijk. In 1971 werd een lid van de stevenisten tot priester en bisschop gewijd door een autocefaal-oudkatholieke en een syro-gallicaanse bisschop, waarmee voor dit deel van de stevenisten het einde kwam aan een priesterloze eeuw. Dit deel van de stevenisten ging in 1982 over naar de Kleine Apostolische Oud-Katholieke Kerk van België en accepteert niet langer de concilies van na 1054. In feite zijn zij dus niet langer rooms-katholiek qua geloofsopvatting, zoals de overige stevenisten dat wel gebleven waren na 1814. In strikte zin kan men de leden van de Kleine Apostolische Oud-Katholieke Kerk van België niet langer tot de stevenisten rekenen, hoewel haar ontstaan met de stevenistenbeweging nauw verbonden is. Vandaar dat zij ook oud-stevenisten worden genoemd.

Externe links[bewerken]