Strafvordering

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Strafvordering is de vordering tot toepassing van de straffen en/of maatregelen die door de wet op bepaalde handelingen of gedragingen zijn gesteld. De strafvordering ontstaat door het plegen van het misdrijf.

België[bewerken]

De uitoefening van de strafvordering gebeurt in Belgisch strafrecht door het Openbaar Ministerie, die het alleenrecht hierop heeft. Het Openbaar Ministerie vertegenwoordigt de gemeenschap. Het is dus mogelijk dat de belangen van het slachtoffer (bijvoorbeeld schadevergoeding) niet overeenkomen met de belangen van de gemeenschap. Het slachtoffer kan de strafvordering niet uitoefenen, maar kan die wel instellen.

Deze vordering mag niet verward worden met de burgerlijke vordering', de tuchtrechtelijke vordering'of de 'administratieve handhaving'.

Vereiste[bewerken]

Het Openbaar Ministerie kan in sommige gevallen de strafvordering niet instellen zonder een klacht, een aangifte, een advies of een machtiging.

Schorsing[bewerken]

De strafvordering kan geschorst worden als er een prejudiciële vraag gesteld wordt door de strafrechter.

Wegvallen van strafvordering[bewerken]

  • indien de wetgever de strafwet opheft
  • indien het Grondwettelijk Hof de strafwet vernietigt
  • de dood van de verdachte
  • betaling van een geldsom
  • onmiddellijke inning
  • minnelijke schikking: aan de verdacht wordt een geldsom voorgesteld, waarvan de betaling de strafvordering doet vervallen

Zie ook[bewerken]