Strippen (bevalling)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Strippen kan een manier zijn om de bevalling op gang te brengen. Een verloskundige of gynaecoloog probeert bij de baarmoedermond (cervix) de vruchtvliezen wat los te maken. Dit kan alleen als de baarmoedermond rijp is en al wat open staat. Dit is pas het geval aan het eind van de zwangerschap. Het hormoon prostaglandine speelt hierbij een rol.

Wanneer[bewerken]

Als iemand bijna twee weken over tijd is, of uitgeteld is en veel last van voorweeën heeft, dan kan het soms helpen om te strippen.

Hoe[bewerken]

Om te strippen moet de verloskundige een inwendig onderzoek doen en voelen of de baarmoedermond al iets open staat. Vaak heeft men aan het eind van de zwangerschap al iets ontsluiting. Als de baarmoedermond al aan het verweken en verstrijken is en er is 1 cm ontsluiting, dan kan de verloskundige met een vinger de baarmoedermond ingaan en de vliezen losmaken van de wand van de baarmoeder. De vliezen worden alleen losgemaakt van de wand, ze worden dus niet kapot gemaakt. Door dit losmaken wordt de baarmoeder geprikkeld en komt er oxytocine vrij, net voldoende om het lichaam aan te zetten tot de bevalling.

Resultaat[bewerken]

Strippen is geen garantie dat iemand gaat bevallen. Het is een poging om het 'op gang te helpen'. Heel vaak veroorzaakt het strippen alleen meer voorweeën en zet de bevalling nog niet door.