Stukadoorswerk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Onder stukadoorswerk, stucwerk of pleisterwerk valt al het werk dat door een stukadoor wordt verricht om muren en plafonds af te werken met mortel, specie of aanverwante producten.

Voor wanden en plafonds wordt een andere mortel gebruikt. Vroeger was dat doorgaans een specie van cement, kalk en zand, tegenwoordig wordt meer en meer gipsmortel gebruikt. Voor het opbrengen van een laag mortel gebruikt de stukadoor een spaar- of raapbord met een raapspaan en dat vereist nogal al wat energie van de stukadoor. De gipsmortel daarentegen kan in ruwe vorm op de muur of op het plafond aangebracht worden met een spuit, waardoor daarvoor aanmerkelijk minder lichaamskracht nodig is. Bij beide types wordt de aangebrachte mortel met een rei vlak afgestreken over van tevoren aangebrachte stucprofielen of latten. Als alles goed vlak is worden de stucprofielen verwijderd en bijgewerkt. Daarna het stucwerk afwerken met het schuurbord.

Omdat tegenwoordig muren en plafonds geheel vlak worden opgeleverd tijdens de bouw, is dik stucwerk van gips overbodig. Deze zogenaamde behangklare muren en vlakke plafonds worden afgewerkt met een kant-en-klare mortel. Deze mortel noemt men pleister. Het aanbrengen noemt men pleisteren. De kant-en-klare pleister wordt door middel van het pleister spuiten aangebracht. Doordat de pleister gemakkelijk aangebracht en glad gestreken kan worden is dit minder belastend voor de stukadoor. Daarbij is deze methode ook geschikt voor het pleisteren van zeer grote oppervlakken. De pleister droogt snel (24-48 uur), in tegenstelling tot stucwerk van gipsmortel of cementmortel, waardoor snel achter elkaar doorgewerkt kan worden.