Tabo Jansz

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tabo Jansz
Schilderij van Adriaan van Bredehoff met zijn dienaar Tabo Jansz (1727)[1]
Schilderij van Adriaan van Bredehoff met zijn dienaar Tabo Jansz (1727)[1]
Algemene informatie
Geboortenaam Tabo
Geboren c.a. 1700
Overleden Oosthuizen, 1766
Beroep Slaaf

Adriaan de Bruijn, ook bekend als Tabo Jansz (c.a. 1700–1766),[2] was de zwarte bediende van Adriaan van Bredehoff. Zij werden in 1727 samen geportretteerd door de Delftse portretschilder Nicolaas Verkolje.

Een "vrij" man[bewerken]

Van Bredehoff overleed in 1733 en liet Tabo 12.000 gulden na, 2.000 meer dan de blanke meid van Van Bredehoff.[3] Dit bedrag in de vorm van obligaties[2] werd echter niet aan Tabo zelf gegeven, maar werd in beheer gegeven bij twee "administrateurs". De beheerders waren Simon Schoenmaker en de meester-chirurgijn Cornelis Heynis.

Naast het geld kreeg Tabo ook zijn vrijheid terug, als voormalig slaaf mocht hij weer gaan en staan waar hij wilde. Van het geld dat hij erfde heeft hij een tabakswinkel gekocht, waar deze winkel zich bevond is niet bekend. Al is het volgens Carl Haarnack en Dienke Hondius in Oosthuizen geweest.[4] Een maal moest hij aan zijn administrateurs om geld vragen, zodat hij zijn winkel kon opknappen. Zijn administrateurs waren echter niet van plan om het geld te geven, want de erfenis van de kinderloze De Bruijn zou in het geheel naar hen gaan. Als zij hem de gewenste 1.000 gulden zouden geven, zouden zij minder erven. Om het geld toch te krijgen wendde De Bruijn zich tot de schepenbank van Hoorn, met het verzoek om de administrateurs te dwingen hem de 1.000 gulden te geven. Schoenmaker en Henyis werden gedwongen het geld te geven en de schepenbank gaf ook De Bruijn een reprimande en mocht de boedel nooit meer het onderwerp van een geschil maken. Daarnaast werd er een derde administrateur aangewezen: Van Bredehoffs zoon François, kleinzoon van François van Bredehoff.

Huwelijk[bewerken]

Na zijn doop bij de gereformeerde gemeente in Hoorn noemde hij zich Adriaan de Bruijn. [4] Als vrij man trouwde De Bruijn met Wometje (of Welmetje of Welmoed) Bakkers, een blanke bakkersdochter uit Oosthuizen. De Bruijn overleed kinderloos in 1766, een groot deel van zijn erfenis ging naar de drie administrateurs.

Referenties[bewerken]

  1. Nicolaas Verkolje, Portret van Adriaan van Bredehoff (1672-1733) met zijn dienaar Tabo Jansz (?-?). Geraadpleegd op 23 februari 2019.
  2. a b Bruin, Jan de, 2013. Twee West-Friese slaven. Oud Hoorn 35e jaargang (2e kwartaal): pagina 59-63.
  3. Ruud Spruit, Zwarte jongens. ruudspruit.nl (15 november 2017) Gearchiveerd op 8 maart 2019. Geraadpleegd op 23 februari 2019.
  4. a b Carl Haarnack en Dienke Hondius, Swart in Nederland. Buku – Bibliotheca Surinamica. Geraadpleegd op 23 februari 2019.