Terroir

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

"Terroir" is een Frans woord. Het refereert aan een herkomst en heeft doorgaans betrekking op lokale voedselproducten. Het verwijst naar een kenmerkende eigenschap, die zijn oorsprong vindt in de plaatselijke de grond, het land. De toepassing is vrij en onbeschermd. Inmiddels wordt het ook in de marketing als promotionele beschrijving gebruikt, zoals bij kazen, worsten, ham, ten behoeve van een regionale en ambachtelijke uitstraling. Het wordt ook gebruikt in de oenologie. Hierin kan worden bedoeld dat men in de wijn de "bodem" kan proeven (Fr. terre = grond, bodem). Sommige wijnen geven zeer uitgesproken deze smaak weer. Meerdere kenners zijn ervan overtuigd dat het terroir de eerste eigenschap van goede wijn is. Het ligt aan de persoonlijke appreciatie van de wijnliefhebber of hij een uitgesproken terroir op prijs zal kunnen stellen, of dat hij het liever wat minder heeft. Bij sommige wijnen is de terroir zo uitgesproken dat een eerste indruk van de niet beslagen liefhebber zelfs zeer negatief kan zijn. Het is zoals met de geur van sommige kaassoorten: je kunt het op prijs stellen of niet, maar het is onmiskenbaar een deel van de kwaliteit.

Modern is dat dit begrip staat voor het totaal van de omgeving van de druivenstok: bodem, microklimaat, natuurlijke waterhuishouding etc. Een omgeving zonder menselijk ingrijpen, geen cultuur en geen techniek. En soms wordt dat óók bij terroir geteld.

Met de term terroir bedoelt men alle lokale factoren die de wijn en vooral de wijnstok kunnen beïnvloeden. De term terroir wordt dus beter niet gebruikt om de geur/smaak van een wijn te beschrijven. Wel kan de geur van grond worden geroken en beschreven.

Met name volgende factoren vormen samen het terroir, en bepalen de typiciteit en de eigenheid van een wijn:

  • klimaat: de gemiddelde temperatuur (tussen 10°C en 20°C), neerslag (minimum 600 mm) en zonneschijn (minimum 1600 u) op jaarbasis;
  • geologie: de samenstelling van de bodem en de ondergrond, die vooral een invloed hebben op de waterhuishouding;
  • topografie: de ligging van de wijngaard, in het bijzonder de hoogte, hellingsgraad en oriëntatie;
  • ampelografie: het druivenras of de klonen, de onderstam en de leeftijd van de planten;
  • mens: de kennis, methode en traditie die wordt toegepast, zowel bij het werken in de wijngaard en het oogsten als bij de vinificatie.

Voorbeelden van terroir zijn de invloed van de grond op de mineraliteit van de wijn. Daarom wordt bijvoorbeeld een argilo-calcaire bodem door wijnboeren uitgekozen om wijnstokken te planten

Zie ook[bewerken]