Toenaam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een toenaam, soms ook wel bijnaam genoemd, is een aanduiding die aan iemands eigennaam, veelal de voornaam, wordt toegevoegd. Deze toevoeging kan dienen om een bepaalde positieve of negatieve eigenschap van de betreffende persoon tot uitdrukking te brengen, soms ook om een lichamelijk kenmerk te benadrukken, of om het onderscheid te verduidelijken met andere personen met dezelfde naam. Het gaat hierbij met name om vorsten of andere machthebbers die zich in de geschiedenis op de een of andere wijze hebben onderscheiden.

Een van de meest gebruikte toenamen is de Grote, waarmee veel historische figuren zijn gesierd. Bekende voorbeelden hiervan zijn Karel de Grote, Alexander de Grote, Constantijn de Grote en Alfred de Grote.
De Stoute was een toevoeging die ten deel viel aan onder meer Karel de Stoute en Filips de Stoute. Deze toenaam duidt overigens niet de ondeugd aan van de dragers, maar wordt gebruikt in de betekenis van 'de stoutmoedige' ofwel 'de dappere' (de betekenissen zijn overigens wel aan elkaar verwant, iemand die ondeugend is, is ook dapper). In dezelfde categorie vallen Alexander de Goede, Karel de Goede en Filips de Goede. Onder de vele Karels met een toenaam bevinden zich ook Karel de Kale en Karel de Eenvoudige.

De term 'toenaam' komt voor in de Nederlandse uitdrukking met naam en toenaam, waarmee wordt aangegeven dat men een persoon tot in detail benoemt.

Zie ook[bewerken]