U 229 (Kriegsmarine)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De U-229 was een type VIIC onderzeeboot van de Duitse Kriegsmarine tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze stond onder commando van Oberleutnant Robert Schetelig. De U-boot werd op 22 september 1943 vernietigd door de torpedojager HMS Keppel.

Geschiedenis[bewerken]

20 september 1943 - In de loop van die dag herhaalde zich het patroon van de beruchte maand maart. De beide konvooien ONS-18 en ON-202 raakten door elkaar en voeren als één enkel groot konvooi van bijna 125 schepen. De 'wolfsbende' van 19 U-boten , waarvan de U-669 en U-338 al verloren waren gegaan de vorige dagen, vielen onverdroten het reuzekonvooi onverbiddelijk aan. In maart 1943 was het voornaamste resultaat van die manoeuver geweest dat het aantal schepen dat de U-boten als doel kiezen, werd vergroot. Maar nu was het resultaat dat de sterkte van het escorte vergroot werd.

Die avond verijdelden de escorteschepen drie aanvallen op het konvooi zelf. Achter de koopvaardijschepen begon toen een strijd tussen de U-boten en de escorteschepen. Om 20.00 u. werd de torpedobootjager HMCS St.Croix door een akoestische torpedo in de achtersteven geraakt; om 21.00 u. werd hij met een gewone torpedo in de grond geboord. Om 22.30 u. werd eveneens met een akoestische torpedo, HMS Polyanthus, een korvet, naar de zeebodem verwezen. De overlevenden werden opgepikt door de torpedojager HMS Itchen.

21 september - De volgende dag, kwam er mist opzetten, voorlopig maakte dat een eind aan de gevechten. De onderzeeërs kwamen aan de oppervlakte en voeren met hoge snelheid voor het konvooi uit. Telkens als de mist even wegtrok, werden ze belaagd door vliegtuigen, maar ze wisten die zodanig op afstand te houden met hun nieuwe luchtafweergeschut dat er voor de vliegtuigen aan precisiebombardementen niet viel te denken. Toen het donker werd, begon de aanval opnieuw, maar de escorteschepen wisten de Duitsers van de vrachtschepen weg te houden.

22 september - Een volgende ernstige slag werd toegebracht door de torpedobootjager HMS Keppel, die in de vroege morgen de U-229 met dieptebommen bestookte. De U-229 kwam gehavend en lekkend boven water en wilde zich met zijn kanon verweren, toen de Brit zelf op de U-boot inschoot met zijn boordgeschut en tegelijkertijd de onderzeeboot met hoge snelheid, ramde. Dit geweld overleefde de onderzeeër niet en ging snel voorgoed naar onder, met 50 opvarenden nog aan boord. Die dag kwam er nog meer mist opzetten en er werden geen schepen tot zinken gebracht. Die avond vuurde een U-boot een akoestische torpedo af op de torpedobootjager HMS Itchen, die even later in de golven verdween. De overlevenden van HMS Polyanthus en van HMCS St. Croix bevonden zich aan boord van dit schip. Er waren slechts 3 overlevenden...

23 september - Om 02.20 u. kwamen de U-boten in hun element. Ze slaagden er eindelijk in door het cordon van escortes heen te dringen, en binnen de 4 uur hadden ze 4 vrachtschepen gekelderd. Daarna kwam de mist terug opzetten en dat, plus de dreiging van het luchtescorte, was voor admiraal Dönitz reden een eind te maken aan de aanval. Hij beschouwde de aanvalsoperatie als 'geslaagd'.

Tot besluit[bewerken]

De U-bootcommandanten beweerden dat ze 12 torpedojagers met hun akoestische torpedo's hadden vernietigd en 9 schepen van het konvooi, met gewone torpedo's hadden gekelderd. Later bleek dat hun beweringen ten aanzien van successen, die toch altijd al gekleurd waren, nog fantastischer werden nadat de akoestische torpedo's in gebruik werden genomen. Dat was grotendeels het gevolg van het feit dat de U-boten onmiddellijk moesten duiken als ze een torpedo hadden afgevuurd. Als ze dat niet deden, had de akoestische torpedo de onaangename gewoonte om rechtsomkeert te maken zodra hij de lanceerbuis had verlaten en koers te zetten naar een voorwerp in de buurt dat het meeste lawaai maakte - hun eigen motoren. Ze konden nooit een treffer waarnemen en vanuit hun positie onder water werden explosies van torpedo's die hun doel gemist hadden, en explosies van dieptebommen maar al te vaak voor bewijzen van succes gehouden en als zodanig gerapporteerd.

In werkelijkheid hadden de 19 U-boten 6 vrachtschepen en 3 escorteschepen tot zinken gebracht en één escorteschip beschadigd. Opgetogen na het lezen van de misleidende rapporten en vast overtuigd dat hij met de akoestische torpedo's het antwoord gevonden had op zijn problemen, formeerde Dönitz met de rest van de onderzeeboten opnieuw een linie om te wachten op konvooien. Dat was een hoogst betreurenswaardige vergissing.

Einde U-229[bewerken]

De U-229 onderging hetzelfde lot zoals vele anderen. Ze werd op 22 september 1943 tot zinken gebracht door achtereenvolgens dieptebommen, kanonvuur en rammen door de Britse torpedojager HMS Keppel nabij Kaap Vaarwel bij Groenland, in positie 54°36' N. en 36°25' W. Alle 50 bemanningsleden, waaronder hun commandant Robert Schetelig kwamen hierbij om.

Externe links[bewerken]