Utrechtse sodomieprocessen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Utrechtse homoseksuelenaffaire)
Naar navigatie springen Jump to search
De ruïnes van de Domkerk in Utrecht, kort na de instorting, verbeeld door Herman Saftleven (1609-1685)

De Utrechtse sodomieprocessen waren een grootscheepse vervolging van homoseksuelen in 1730-1731 in de stad Utrecht. In die stad vonden ruim veertig vervolgingen plaats.[1] Vervolgens verspreidde de jacht op "sodomieten" zich naar de rest van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar nog eens ruim 300 processen plaatsvonden, die in veel gevallen leidden tot de doodstraf.[1]

Geschiedenis[bewerken]

De ruïnes van het middenschip van de Utrechtse Domkerk, ingestort tijdens de zomerstorm van 1674, zijn jarenlang de plek geweest waar "sodomieten" elkaar konden treffen: mannen op zoek naar seks met andere mannen. In 1730 en 1731 stelden de overheden na klachten van de koster van de Dom een onderzoek in. Een aantal mannen, waaronder Zacharias Wilsma, werd gearresteerd en verhoord. Uit de bekentenissen van een van deze gearresteerden bleek dat er ook elders in de Republiek netwerken en ontmoetingsmogelijkheden voor sodomieten bestonden. Er volgde een golf van sodomietenvervolgingen. In Utrecht werden 18 verdachten ter dood veroordeeld en gewurgd. Een aantal mensen in belangrijke posities, die kennelijk getipt waren, waren al gevlucht voordat ze gearresteerd konden worden.

Heksenjacht[bewerken]

De Utrechtse zaak ontketende ook een reeks vervolgingen in andere delen van het land, waarvan die in het Groningse dorp Zuidhorn de beruchtste was: daar werden door toedoen van grietman Rudolf de Mepsche uit Faan, die het vooral gemunt had op zijn politieke tegenstanders, 22 mensen ter dood veroordeeld en geëxecuteerd; twee anderen waren al eerder op de pijnbank doodgemarteld. Het land verkeerde destijds in een stemming die de mensen vatbaar maakte voor "heksenjachten". Er was zojuist een ernstige epidemie onder het rundvee geweest, terwijl de Nederlandse dijken door de paalworm werden bedreigd. In die omstandigheden konden "hel-en-verdoemenis"-predikers de mensen ervan overtuigen dat God vertoornd was op het land vanwege de welig tierende onzedelijkheid, waarbij met name homoseksuelen als zondebok aangewezen werden.[2]

Monument[bewerken]

Monument sodomietenvervolging in Utrecht

De gemeente Utrecht heeft zich nu volledig gedistantieerd van deze sodomietenvervolging. Op het Domplein, daar waar ooit de ruïnes van het middenschip van de Domkerk lagen en waar gecruised werd, ligt sinds 1999 een steen waarin de vervolging wordt gememoreerd en wordt aangegeven dat mannen en vrouwen tegenwoordig zonder angst voor vervolging hun homoseksualiteit (moeten) kunnen beleven.

Utrechtenaar[bewerken]

Als gevolg van de Utrechtse sodomieprocessen werd "Utrechtenaar" een scheldwoord voor homoseksueel. Volgens oud-journalist Bernard Martens van Vliet ergerde de hoofdredacteur van het Utrechtsch Nieuwsblad, G.J. van Heuven Goedhart (1901-1956), zich hier zo aan, dat hij in zijn krant en daarmee in het Utrechtse spraakgebruik sinds 1933 bewust een ander woord ging gebruiken: het woord "Utrechter", dat tot dan toe veel minder voorkwam. Onderzoek van publicist Jim Terlingen heeft echter uitgewezen dat dit niet waar is. Pas rond 1947 moet dit besluit ter redactie genomen zijn.[3]