VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het VN-verdrag inzake rechten van personen met een handicap (Engels: Convention on the Rights of Persons with Disabilities, CRPD) is een internationaal mensenrechtenverdrag van de Verenigde Naties dat de rechten en waardigheid van personen met een handicap of beperking wil beschermen. Het verdrag werd door de algemene vergadering van de Verenigde Naties aangenomen op 13 december 2006 en trad in werking op 3 mei 2008. Honderdzestig overheden, landen of supranationale instanties hebben het verdrag ondertekend, waaronder de Europese Unie, België en Nederland.

Ratificatie[bewerken | brontekst bewerken]

De landen die het verdrag geratificeerd (formeel bekrachtigd) hebben (bijvoorbeeld door over een wet te laten stemmen in het parlement) engageren zich ertoe om in hun eigen regelgeving de nodige aanpassingen te maken zodat personen met een beperking op een evenwaardige manier kunnen deelnemen aan de maatschappij.

België ratificeerde het verdrag op 2 juli 2009.[1][2]

Nederland volgde zeven jaar later (14 juni 2016), als een van de laatste Europese landen.[1][3]

Samenvatting[bewerken | brontekst bewerken]

Artikel 1
van het verdrag geeft de basisgedachte weer van het verdrag, het aanmoedigen en beschermen van het gelijkheidsbeginsel in de maatschappelijke participatie van alle personen met een handicap.
Artikels 2 en 3
geven een aantal algemene principes weer, zoals redelijke aanpassingen.
Artikels 4 tot 32
belichten verschillende domeinen van de samenleving, van gezondheid en onderwijs over werk tot socioculturele activiteiten. In elk van deze domeinen wordt toegelicht welke streefdoelen voorop gesteld worden om in dat domein de participatiemogelijkheiden van personen met een beperking op gelijkwaardige basis mogelijk te maken.
Artikels 33 tot 39
gaan over de oprichting van monitoringorganisaties op verschillende niveaus en de rapportering over de gemaakte vooruitgang in elke betrokken regio.
Artikels 40 tot 50
handelen over de ondertekening, communicatie, ratificering en inwerkingtreding van het verdrag zelf.

Enkele principes[bewerken | brontekst bewerken]

Een aantal basisprincipes worden toegelicht, zoals toegankelijkheid, gelijke kansen en gelijkheid tussen man en vrouw.

Het verdrag maakt geen onderscheid in de gradatie van handicap. Het kan dus niet dat op basis van het verdrag bepaalde groepen wel toegang hebben en andere niet tot bepaalde aanpassingen, tegemoetkomingen of specifieke regelingen.

Een belangrijk concept in het verdrag is het definiëren van redelijke aanpassingen. Hiermee wordt bedoeld dat aanpassingen die nodig zijn voor personen met een beperking afgedwongen kunnen worden als ze niet onredelijk of disproportioneel zijn. De concrete invulling hiervan ligt in de regelgeving van elk land, maar als voorbeeld zou je kunnen stellen dat het voorzien van een helling om de toegang voor rolstoelen mogelijk te maken een redelijke aanpassing is, terwijl het afdwingen van de installatie van een lift in bepaalde gevallen disproportioneel zou kunnen zijn in een heel oud gebouw.

Optioneel protocol[bewerken | brontekst bewerken]

Aanvullend op het verdrag kunnen overheden ervoor kiezen om ook het optioneel protocol te ondertekenen wat inhoudt dat het Comité dat toeziet op de uitvoering van dit verdrag ook klachten kan behandelen van individuen. Meer dan negentig overheden hebben dit optioneel protocol ondertekend, waaronder België op 2 juli 2009.[4]

Nederland heeft het optioneel protocol niet ondertekend.[4]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]