Wereldwinkel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De entree van de Wereldwinkel in Boxmeer.

De Wereldwinkel is een progressief geïnspireerde commerciële en ideële instelling, die zich inzet voor de handel in producten uit ontwikkelingslanden.

De producten worden, zonder gebruik te maken van tussenhandelaren, voor 'eerlijke prijzen' ingekocht. Wel is er sprake van handelspartners en importeurs. Dit is de enige manier van ontwikkelingssamenwerking die op grond van volstrekte gelijkwaardigheid plaatsvindt. Een deel van het voedsel wat de winkel verkoopt, draagt het Max Havelaar keurmerk.

Het wereldwinkel-idee is ontstaan na het mislukken van de tweede UNCTAD-conferentie in 1968. De rietsuikeracties moesten aantonen, hoe de wereldhandel functioneert en hoe de rijke landen stelselmatig hoge invoerbelastingen op producten uit ontwikkelingslanden leggen (op suiker was dat toen 50 cent per kilo), waardoor deze landen geen kans kregen hun producten in de rijke landen te verkopen.

De eerste wereldwinkel in Nederland opende in de zomer van 1969 in Breukelen, al gauw volgden er meer. In Vlaanderen werd de eerste wereldwinkel geopend op 5 april 1971 in de oude stadskern van Antwerpen.

Naast rietsuiker behoorden koffie en thee tot de basisprodukten. In de loop van de jaren werd het assortiment verbreed met produkten van kunstnijverheid, zoals kleden, kussens, beeldjes en tassen. Het aantal winkels in Nederland bedraagt ca. 400, in Europa was dat in 2009 3000.[1]


In België zijn de meeste wereldwinkels lid van de nationale koepel Oxfam-Wereldwinkels die op haar beurt lid is van de internationale Oxfam-confederatie. In Nederland echter organiseerden de wereldwinkels zich onder de Landelijke Vereniging van Wereldwinkels. Beide netwerken zijn lid van de internationale federatie van eerlijke handel (IFAT), nu WFTO genoemd.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

  • Het Parool 19 sept. 2009