Wet bevoegdheden vorderen gegevens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Wet van 16 juli 2005 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en enkele andere wetten in verband met de regeling van bevoegdheden tot het vorderen van gegevens (bevoegdheden vorderen gegevens), dus kortweg Wet bevoegdheden vorderen gegevens, werd in Nederland in juli 2005 aangenomen. De wet maakt het in bepaalde gevallen mogelijk dat politie en justitie persoonsgegevens van een verdachte vorderen bij bedrijven en instellingen. Het kan dan gaan om zogenaamde identificerende gegevens (naam, adres, geboortedatum en geslacht) maar ook om andere dan identificerende gegevens en om gevoelige gegevens. Ook kan medewerking worden gevorderd aan het ontsleutelen van versleutelde gegevens. Persoonsgegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven of lidmaatschap van een vakvereniging mogen niet worden opgevraagd.

Met name vanuit bibliotheken is er bezwaar tegen deze wet aangetekend, omdat gebruik van staatswege van lezersgegevens (geleende boeken) indruist tegen het in democratieën algemeen erkende principe van onbelemmerde toegang tot informatiebronnen.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]