Naar inhoud springen

Yayati

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Yayati was een mythische Chakravartin Samrat (universele monarch) van de Paurava's, die voorkomt in het hindoeïstische epos Mahabharata (boek 1 en 5) en de Bhagavata Purana. Hij was de zoon van Nahusha en Ashokasundari, de dochter van Shiva en Parvati. Hij had vijf broers en was getrouwd met Devayani en Sarmishta. Yayati had bij hen vijf zonen en een dochter. Yayati was een voorouder van de Pandava's.

Afstammeling van Manu

[bewerken | brontekst bewerken]

Zijn vader Nahusha was de zoon van Ayus, de zoon van Pururavas, de zoon van Boedha (en Ila, Manu's dochter), de zoon van Chandra (de maan), de zoon van Atri, de zoon van Brahma. Volgens J. Puhvel was Manu de zoon van Vivasvat en Savarna en was zijn dochter Ila zowel vader als moeder van Pururavas, die met Urvasi zes zonen kreeg, waaronder Ayus.[1]

Yayati's broers Yati, Samyati, Ayati, Viyati en Kruti waren zonen van Virajas, de dochter van de Pitri's.

Vrouwen, zonen en kleinzonen

[bewerken | brontekst bewerken]

Volgens het verhaal hielp Yayati, de opperkoning en kshatriya (krijger), Devayani uit een put, waarin ze door Sarmishta was geduwd. Devayani had als dochter van Kavya Usanas,[2] Sukracharya, leraar van de Asura's ruzie gekregen met Sarmishta, de dochter van Vrishparva (Vrsaparvan), de koning van de Asura's. Volgens oud gebruik moest Yayati, nu hij haar bij de rechterhand had gevat, met Devayani trouwen, al was ze van een hogere kaste.

Om de ruzie bij te leggen werd Sarmishta ertoe veroordeeld in de toekomst dienst te doen als Devayani's dienstmeid. Toen Yayati echter ook Sarmishta tot vrouw nam ontstond een probleem. Yayati werd gestraft met een vroege ouderdom, waarvan hij enkel verlost kon worden als een van zijn vijf zonen de straf op zich wilde nemen. Dat wilde alleen de jongste zoon, Puru. Yayati hield het na enige tijd (duizend jaar[3]) de jeugd te hebben genoten weer voor gezien en wisselde opnieuw van plaats met Puru, die nu ook het koninkrijk mocht regeren.

Na een lange en glorieuze regeerperiode en een daaropvolgende periode in de hemel, werd hij uit de hemel geworpen vanwege zijn trots. Hij kwam terug op aarde in het gezelschap van zijn vier kleinzonen. Ze verzamelden hun verdiensten en herstelden Yayati's deugden, waardoor hij weer de eeuwige zegen in de hemel kon genieten.[4]

Yayati had vijf zonen: Yadu, Turvashu (Yavana, Yona), Anu, Druhyu en Puru. Van Yavana stammen de Yavana's, die een Yavana koninkrijk stichtten. Ze worden in de Indiase mythologie met Grieken (Ioniërs) geïdentificeerd, die naar het westen trokken. Yadu en Turvashu waren de twee zonen die Yayati bij Devayani had, Madhavi was de dochter van Yayati en Devayani. Anu, Druhyu en Puru had Yayati bij zijn vrouw Sarmishta. Van Anu stamden de Tushara's (Tukhara's) af. Via de maagdelijke dochter Madhavi had Yayati vier kleinzonen.[5]

Voorouder van de Kaurava's en Pandava's

[bewerken | brontekst bewerken]

Van Yayati's zoon Puru stamt de Paurava lijn tot aan Duhsanta, die met Sakuntala de zoon Bharat had, waar Samvarana van afstamde, die met Vivasvats dochter Tapati de zoon Kuru had. Van Kuru stammen de Kaurava's en ten slotte Samtanu (Santanu), die met Ganga, de godin van de Ganges, Devavrata of Bhishma kreeg. Ganga had Dyaus (hemel) en zeven andere Vasu's, die door Prajapati Vasistha vervloekt waren als mensen te worden geboren, beloofd hen na geboorte te verdrinken om hun vernedering te verkorten. Maar Bhishma ontliep dat lot, de expliciete incarnatie van de oude hemelgod Dyaus.[6]

Bhishma zag af van de troon en bleef ongehuwd, om de kinderen die zijn vader Santanu bij Satyavati had, een kans te geven. Hij werd stamhoofd van de familie, maar niet de koning en werd oppperbevelhebber aan het hoofd van de Kaurava's in de grote oorlog tegen hun neven, de Pandava's. Bhishma hielp zijn halfbroer Vichitravirya aan drie vrouwen: Amba, Ambika en Ambalika. Van Ambika stamde Dhritarashtra en Ambalika kreeg Pandu als zoon. Dhritarashtra kreeg honderd zonen, de Kaurava's, en werd koning na Pandu's dood. Van Pandu stamde via zijn vrouw Kunti de Pandava's Karna, Yudhishthira, Arjuna en Bhima af en via Madri de tweeling Sahadeva en Nakula. De strijd tussen de Pandava's en Kaurava's wordt in de Mahabharata beschreven.[7]

  • Mahabharata, bloemlezing van C. Rajagopalachari (1986), p. 26-37
  • J. Puhvel, Comparative Mythology, p. 72, 74, 109-10, 256-61,