Aartshertog
Aartshertog, voluit: Aartshertog van Oostenrijk is de traditionele titel van prinsen uit het huis Habsburg, dat vóór de val van de Donaumonarchie in 1918 regeerde, en dus verbonden met de geschiedenis van Oostenrijk. Het vrouwelijke equivalent is aartshertogin.
De titel wordt ook nu nog gedragen en gebruikt. Kinderen uit morganatische huwelijken zijn geen aartshertogen, maar graaf of gravin van Habsburg[1].
Waarschijnlijk ontstaan in 1156 toen keizer Frederik I (Barbarossa) het markgraafschap Oostenrijk tot hertogdom verhief en hij daaraan de verbonden titel in rangorde gelijk wilde stellen met de keurvorstelijke titel. Pas in 1453 onder Frederik III werd hij ook door de keurvorsten erkend.
Men spreekt in dit verband ook van het "Aartshuis Oostenrijk" en het "Aartshuis Habsburg".
In België zijn er drie takken als aarthertogelijke geslachten erkend, voor alle afstammelingen. De stamvaders zijn aartshertog Lorenz, aartshertog Karel Christiaan en zijn broer aartshertog Rudolf van Oostenrijk. Alle afstammelingen hebben het recht de titel aartshertog van Oostenrijk te voeren, als lid van de Belgische adel. De kinderen van prinses Astrid van hun vader Lorenz van Oostenrijk-Este voeren de titel aartshertog van Oostenrijk-Este, waarvan Lorenz de stamvader is.
Ook de koning van Spanje is een aartshertog van Oostenrijk maar hij gebruikt deze titel niet.
Referenties
|