Adam Small

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Adam Small (Wellington, 21 december 1936) is een Zuid-Afrikaans dichter. Hij was de eerste kleurling schrijver die zich een plaats verwierf in de Afrikaanstalige canon en een van de belangrijkste Afrikaanse vertegenwoordigers van de Zwarte bewustzijnsbeweging. Behalve gedichten schreef hij ook toneelstukken en één roman. In zijn werk stelt hij de achterstelling van kleurlingen onder het apartheidsregime centraal.

Biografie[bewerken]

Toen Small één jaar was verhuisde het gezin van Wellington in die Boland naar Goree, een buitenwijk van Robertson waar zijn vader onderwijzer was. Deze gaf ook les op een zondagsschool en Adam Small's eerste schrijfpogingen bestonden uit toneelstukkken die op de zondaggschool werden opgevoerd. Eind 1944 Small verhuisde het gezin naar Retreat, op de Kaapse Vlakte, waar zijn vader schoolhoofd werd. Via het werk van zijn vader kwam hij al vroeg in aanraking met de grote armoede waarin veel gezinnen leefden. Via zijn moerder, die moslim was, kwam hij in contact met de Islam. Beide factoren hebben zijn latere werk enorm beïnvloed. Hij bezocht de katholieke St. Columba school in Athlone op de Kaapse Vlakte, studeerde medicijnen (één jaar) en vervolgens filosofie aan de Universiteit van Kaapstad en verwierf een beurs voor studie aan de Universiteit van Londen. Hij begon zijn loopbaan als docent filosofie aan de Universiteit van Fort Hare en werd in 1960 hoofd van het departement Filosofie aan de nieuw opgerichte Universiteit van Wes-Kaapland (UWK). Deze universiteit werd in de apartheidstijd gesticht als een speciale instelling voor kleurlingen en stond toen nog onder het gezag van de Afrikaanse Broederbond. Van 1963 tot 1965 studeerde hij in Oxford. Ten gevolge van zijn politieke betrokkenheid (hij was in de zeventiger jaren betrokken bij SASO, South African Students' Organisation, werd zijn situatie bij UWK onhoudbaar en was hij een tijd werkloos voordat hij een nieuwe baan vond in Johannesburg aan de Universiteit van Witwatersrand. In 1984 begon hij opnieuw aan de Universiteit van Wes-Kaapland, ditmaal als hoofd van het departement Maatschappelijk Werk. In 1993 werd hij er aangesteld als senior professor. Adam Small heeft vier kinderen uit twee huwelijken.

Small was de eerste Afrikaanse dichter die gebruik maakte van het Kaap-Afrikaans, een variant die gesproken werd op de Vlakte. Het lot van de onderdrukten en de arbeidersklasse tijdens het apartheidsbewind vormt een terugkomend thema. Vooral aan de gevolgen van apartheidswetten, zoals het verbod op gemengde huwelijk (What abou de lô?) en gedwongen verhuizingen (Die bulldozers, hulle ‘t gakom) in District Six heeft hij veel gedichten gewijd. In de zeventiger jaren heeft hij een tijd uitsluitend in het Engels geschreven. Hij maakte in zijn gedichten vaak gebruik van satire, ironie en sarcasme, iets wat niet altijd begrepen werd.

In sept. 2012 ontving hij de Hertzogprijs voor zijn gehele œuvre

Bibliografie[bewerken]

  • Die eerste steen? (essay, 1961)
  • Verse van die liefde (gedichten, 1957 - debuut)
  • Klein simbool (prozavers, 1958)
  • Kitaar my kruis (gedichten, 1961)
  • Sê sjibbolet (gedichten, 1963)
  • Kanna hy kô hystoe (toneel, 1965) Kaapstad: Tafelberg.
  • Oos wes tuis bes Distrik Ses (gedichten, 1973), met foto's van Chris Jansen
  • Black, bronze and beautiful (Engelse liefdeskwatrijnen, 1975)
  • Joanie Galant-hulle (toneel, 1978)
  • Hey, smile with me (toneel, 1979)
  • Heidesee (roman, 1979)
  • Krismis van Map Jacobs (toneel, 1983) Kaapstad: Tafelberg.
  • Orange earth (1984, radio hoorspel)
  • Kanna he is coming, New York, 1992
  • District Six (2004), met foto's van Jansje Wissema
  • Klawerjas (2013) Kaapstad: Tafelberg.


Voorbeelden van zijn gedichten zijn ook te vinden in de bloemlezing van Gerrit Komrij: De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten (1999, Bert Bakker)

Externe links[bewerken]