Afvalscheiding

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Afvalscheiding is het scheiden van afval in verschillende segmenten die daardoor geschikt worden voor hergebruik of recycling.

Er zijn twee momenten dat afval gescheiden kan worden, bij de bron en bij de eindverwerker.

Voor- of bronscheiding[bewerken]

De eindgebruiker scheidt bij de bron de verschillende afvalstromen. Particulieren scheiden bijvoorbeeld voor het weggooien glas, blik, metaal, papier- en kartonafval, kunststof verpakkingen, groente-, fruit- en tuinafval (gft) en lompen zodat alleen een reststroom in de vuilnisbak terecht komt. Voordeel hiervan is dat er een relatief schone vuilstroom is.

Nadeel is dat het apart inzamelen van deze reststromen extra vervoersbewegingen met zich mee brengt ten opzichte van het als een stroom afvoeren van afval. Ook dient de burger veel verschillende containers, zakken en kratten te kunnen bergen en wordt de ophaalfrequentie soms verlaagd.

Nascheiding[bewerken]

Nascheiding gebeurt door afvalverwerkers. Bij het samenbrengen van het afval wordt door verschillende scheidingsmethoden (bijvoorbeeld zeven en magnetisme) de verschillende herbruikbare afvalsegmenten voor verbranding of storten uit de afvalstroom gehaald.

Een voordeel is dat er slechts een vervoersbeweging nodig is om het vuil van de producent af te voeren. Nadelen zijn de extra energie die het kost om het bruikbare product uit de afvalstroom te halen. Een ander nadeel is dat de vuilstroom die gescheiden wordt van de hoofdstroom vervuild kan zijn door ander afval.

Zie ook[bewerken]