Chloroplastida

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Chloroplastida
Cellen van Plagiomnium affine waarin chloroplasten te zien zijn
Cellen van Plagiomnium affine waarin chloroplasten te zien zijn
Taxonomische indeling
Domein: Eukaryota
Clade: Archaeplastida
Clade
Chloroplastida
Adl et al., 2005
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Chloroplastida, Chlorobionta, Chlorobiota of Viridiplantae zijn in de cladistiek een clade die zowel de planten (Plantae) als groenalgen (Chlorophyta) bevat.[1] Deze clade heeft geen officiële rang en alleen taxonomen die de groenalgen niet tot de planten rekenen gebruiken een aparte naam (andere taxonomen gebruiken de naam Plantae, waarbinnen volgens hen dan ook de groenalgen vallen). Samen met de roodalgen en Glaucophyta vallen de Chloroplastida in de overkoepelende clade Archaeplastida of Primoplantae.

De Chloroplastida hebben allen de plastiden chlorofyl a en b in hun cellen, waarmee ze fotosynthese bewerkstelligen. De gangbare hypothese is dat deze plastiden van een endosymbiose met een blauwalg afstammen. De meeste Chloroplastida hebben celwanden gemaakt van cellulose. De cristae van de mitochondriën zijn altijd plat en de cellen bevatten centriolen. Alle Chloroplastida gebruiken zetmeel als reserveopslag van energie. Chloroplastida bezitten geen klasse-I myosine.[2]

Tot de Chloroplastida worden twee belangrijke monofyletische claden gerekend: de Chlorophyta (groenalgen) en de Charophyta (waaronder de Plantae). Andere groepen die volgens sommige taxonomen direct onder de clade Chloroplastida zouden vallen zijn Chlorodendrales, Prasinophycaea (een klasse groenalgen) en Mesostigma (een geslacht groenalgen).

Cladogram[bewerken]


 Archaeplastida 
 Primoplantae 
 Rhodoplantae 

(met Rhodophyta, Cyanidiophyta, Glaucophyta)




 Viridiplantae 
 Chloroplastida 

 Chlorobionta 

 Prasinophyta



 Chlorophyta (groenwieren)




 Streptobionta 

 Charophyta (kranswieren)



 Embryophyta (landplanten)





Bronnen

Voetnoten

  1. De naam Chloroplastidae wordt gebruikt door Adl et al. (2005); desondanks worden de namen Viridiplantae (Cavalier-Smith (1981), o.a. door Duvick et al. (2008); Cocquyt et al. (2009); Becker et al. (2007)), Chlorobionta (Jeffrey (1982), emend. Lewis & McCourt (2004)) en Chlorobiota (Kenrick & Crane (1997)) ook gebruikt
  2. Odronitz & Kollmar (2007)

Literatuur

  • (en) Adl, S.M.; Simpson, A.G.B.; Farmer, M.A.; Andersen, R.A.; Anderson, O.R.; Barta, J.A.; Bowser, S.S.; Bragerolle, G.; Fensome, R.A.; Fredericq, S.; James, T.Y.; Karpov, S.; Kugrens, P.; Krug, J.; Lane, C.E.; Lewis, L.A.; Lodge, J.; Lynn, D.H.; Mann, D.G.; McCourt, R.M.; Mendoza, L.; Moestrup, Ø.; Mozley-Standridge, S.E.; Nerad, T.A.; Shearer, C.A.; Smirnov, A.V.; Spiegel, F.W. & Taylor, M.F.J.R.; 2005: The New Higher Level Classification of Eukaryotes with Emphasis on the Taxonomy of Protists, The Journal of Eukaryotic Microbiology 52(5), pp 399-451.
  • (en) Becker, B.; 2007: Function and evolution of the vacuolar compartment in green algae and land plants (Viridiplantae), International Review of Cytology 264, pp 1–24.
  • (en) Cavalier-Smith, T.; 1981: Eukaryote kingdoms, seven of nine?, Biosystems 14(3-4): pp. 461-481.
  • (en) Cocquyt, E.; Verbruggen, H.; Leliaert, F.; Zechman, F.W.; Sabbe, K. & De Clerck, O.; 2009: Gain and loss of elongation factor genes in green algae, BMC Evolutionary Biology 9, p. 39.
  • (en) Duvick, J.; Fu, A.; Muppirala, U.; Sabharwal, M.; Wilkerson, M.D.; Lawrence, C.J.; Lushbough, C. & Brendel, V.; 2008: PlantGDB: a resource for comparative plant genomics, Nucleic Acids Research 36, pp D959–65.
  • (en) Jeffrey, C.; 1982: Kingdoms, codes and classification, Kew Bulletin 37: pp 403-416.
  • (en) Kenrick, P. & Crane, P.R.; 1997: The origin and early diversification of land plants. A cladistic study, Nature 389: pp. 33-39.
  • (en) Lewis, L.A. & McCourt, R.M.; 2004: Green Algae and the origin of land plants, American Journal of Botany 91(10), pp. 1535-1556.
  • (en) Odronitz, F. & Kollmar, M.; 2007: Drawing the tree of eukaryotic life based on the analysis of 2,269 manually annotated myosins from 328 species, Genome Biology 8(9), p. R196.