Coandă-effect

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het coandă-effect bij een lepel.
Demonstratie van het coandă-effect.

Het coandă-effect, ook bekend als het plafond-effect, is het verschijnsel dat een vloeistof- of gasstroom de neiging heeft een convex oppervlak te volgen, in plaats van een rechte lijn in de oorspronkelijke richting.

Het principe werd door Albert Metral genoemd naar de Roemeense uitvinder Henri Coandă, die in het fenomeen geïnteresseerd raakte toen een prototypevliegtuig (de Coandă-1910) dat hij had ontwikkeld, als gevolg van dit effect ernstig beschadigd werd.

Het coandă-effect heeft belangrijke toepassingen in diverse gebieden, onder andere in de luchtvaart en bij de voortstuwende werking van zeilen in de zeilsport. Sinds 2012 wordt het coandă-effect ook gebruikt in Formule 1 om de aerodynamica te verbeteren.[1]

Bij vloeistoffen kan het coandă-effect grotendeels verklaard worden door de aantrekkingskracht tussen verschillende moleculen. Deze intermoleculaire krachten - specifiek de zwakke vanderwaalskrachten - zorgen voor een oppervlaktespanning waardoor de vloeistof ook aan de onderkant van een horizontaal vlak blijft plakken. Hierbij levert de stroming van de vloeistof geen bijdrage aan het fenomeen.

Voor gassen heeft de verklaring echter niets te maken met intermoleculaire aantrekking. In dat geval is het drijvende mechanisme de verlaging van de druk ter hoogte van de convexe kromming, waar de stroomsnelheid van het gas hoger is. (Zie ook vliegtuigvleugel en het principe van Bernoulli.) Bijgevolg trekt de stroming zich tegen het oppervlak aan, en buigt af.

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Formula 1