Contactdoos (lichtnet)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een enkele, geaarde wandcontactdoos, type F, onder meer in Nederland en Duitsland. Dit aardcontact heet 'randaarde'.
Een dubbele, niet-geaarde wandcontactdoos
Geaarde wandcontactdoos, type E, onder meer in België en Frankrijk
Tafelcontactdoos voor 6 stekkers type F (met randaarde) of 12 stekkers type C (plat, zonder aarde)

Een contactdoos, of in de volksmond ook stopcontact of (in Vlaanderen) prise genoemd, is een aansluitpunt op het lichtnet voor afname van elektrische energie met behulp van een stekker of contactstop. Naast de hier behandelde contactdoos voor elektrische energie bestaan er ook andere gebruikstypen van contactdozen

In het dagelijks leven noemt men een wandcontactdoos vaak “stopcontact”. Een stekker heet officieel een contactstop, en een contrastekker een koppelcontactstop. Onder een stopcontact verstaat de vakman een samenstel van een wandcontactdoos of koppelcontactstop met een contactstop. In gewoon Nederlands betekent dit dat een “stopcontact” (contactdoos) met daarin een stekker (contactstop) formeel stopcontact wordt genoemd.

Contactdozen worden in twee uitvoeringen onderscheiden: de wandcontactdoos voor vaste montage meestal aan of in de muur, en de tafelcontactdoos (stekkerdoos) of koppelcontactstop (contrastekker) die aan een verplaatsbare leiding zijn gemonteerd en meestal het uiteinde van een verlengsnoer zijn. Soms kan het verlengsnoer in een tafelcontactdoos worden opgerold, men spreekt dan van een haspel.

Het bekendst in huis zijn wandcontactdozen met "twee gaten" of aansluitbussen en beschermingscontact. De ene aansluitbus voert meestal ongeveer het aardpotentiaal (of 'nul') en op de andere bus komt een fase binnen met, in Europa, een spanning van 220-240 volt. Het is echter denkbaar dat beide bussen spanning voeren ten opzichte van aarde, bijvoorbeeld als men 220 V wil afnemen van een distributienet dat 127 V levert. Het beschermingscontact (ook wel aardcontact) voert geen spanning en is gelijk aan het aardpotentiaal.

Bij apparaten met een groot vermogen gebruikt men ook wel krachtstroom, waarbij niet één, maar de drie fasen worden aangesloten. Hierbij staat een (lijn)spanning van 400 V tussen de fasen onderling en een (fase)spanning van 230 V tussen elke afzonderlijke fase en de nulleider. Voorheen was dit respectievelijk 380 V en 220 V, waardoor veel vakmensen ook nu nog de term 'drie-tachtig' hanteren. Voor de aansluiting van krachtstroom maakt men gebruik van CEE-contactdozen of ook wel Perilex-contactdozen.

Geaard versus ongeaard[bewerken]

Uit veiligheidsoverwegingen bestaan er naast ongeaarde contactdozen ook geaarde contactdozen. Dat betekent een of twee extra contacten aan de zijkanten of soms in het midden. Een beschermingscontact (ook wel aardcontact) is niet verbonden met het lichtnet maar met een punt dat altijd spanningsloos (0 volt) is. Vaak wordt de buitenkant van apparaten uit veiligheid geaard, maar er kunnen ook technische redenen zijn om een apparaat te aarden. Bij nieuwe installaties is het tegenwoordig verplicht om uitsluitend geaarde wandcontactdozen toe te passen.

Het is vaak niet gewenst dat een apparaat zonder aarde wordt aangesloten. Door de verschillende normen kan dit echter toch voorkomen:

  • Een apparaat met geaarde stekker (type E of F) kan zonder meer op een ongeaard stopcontact (type C) worden aangesloten. De gedachte hierachter is dat aarding niet noodzakelijk is in een droge ruimte met een isolerende vloer, waar dan ook ongeaarde contactdozen werden toegepast. Deze situatie kan echter gevaar opleveren voor de gebruiker of schade toebrengen aan gevoelige apparatuur (computers) als een apparaat dat aarding vereist (vrijwel alles met een metalen kast) op een ongeaarde contactdoos wordt aangesloten.
  • Worden normen door elkaar gebruikt, bijvoorbeeld een stekker van type E of F in een Deens stopcontact, dan wordt het aardcontact soms niet aangesloten, hoewel dat wel gewenst is.

Een voorbeeld hiervan zijn computerbeeldschermen met een beeldbuis waarbij soms hoge spanningen op het chassis ontstaan die normaliter met een zeer geringe stroomsterkte via de aarding worden afgevoerd. Ontbreekt de aardeaansluiting, dan kan de gebruiker een gevoelige tik krijgen als hij het beschermingscontact van de stekker aanraakt of de afscherming van de aansluiting op de computer. Een ander voorbeeld hiervan zijn apparaten voorzien van een netfilter zoals een computer. Hoogfrequente stoorsignalen die worden veroorzaakt door het apparaat worden door het netfilter uit het elektriciteitsnet gehouden. Het beschermingscontact wordt gebruikt om de stoorsignalen weg te laten vloeien, maar als het apparaat op een ongeaarde contactdoos is aangesloten kunnen de stoorsignalen niet wegvloeien. Bij een computer komt aldus de hele stalen kast van de computer onder spanning te staan. Ook kan bij het inpluggen randapparatuur in de computer door het overspringen van een (onzichtbare) vonk schade ontstaan aan de apparatuur.


Hoewel ongeaarde contactdozen nog toegelaten zijn in oudere installaties, mag men in België sinds 1981 enkel nog geaarde contactdozen mét verhoogde aanraakbeveiliging (kinderbeveiliging) bijplaatsen. Meer regels over het plaatsen van contactdozen zijn te vinden in het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI). Zodra een oudere installatie aangepast of uitgebreid wordt mogen geen ongeaarde contactdozen meer worden toegepast. Alle ongeaarde contactdozen in die ruimte moeten worden vervangen door geaarde contactdozen ook als deze tot een andere groep behoren.

Een contactdoos kan ingebouwd zijn in bijvoorbeeld de muur (inbouw) of op de muur zijn gemonteerd (opbouw). Niet overal ter wereld worden dezelfde contactdozen gebruikt. In het grootste deel van Europa komen contactdozen voor van het schuko-type zoals op de foto is aangegeven. Wereldwijd komen echter veel meer typen voor, die verspreid zijn zoals op deze kaart is aangegeven (zie netstekker voor een uitgebreider overzicht).

Veiligheid[bewerken]

Elektrische energie uit een contactdoos kan dodelijk zijn wanneer het verkeerd wordt toegepast.

Kinderbeveiliging[bewerken]

Contactdozen kunnen uitgevoerd zijn met verhoogde aanraakbeveiliging (zogenoemde kinderbeveiliging). Deze beveiliging is in België verplicht maar wordt in Nederland nog maar weinig toegepast. De twee bussen zijn afgesloten met een klepje dat alleen opengaat als men een pen in beide bussen tegelijk steekt. Voor contactdozen zonder een dergelijke beveiliging zijn er losse beveiligingsplaatjes te koop die op een contactdoos kunnen worden geplakt. Zo'n plaatje wordt geopend door een stekker (contactstop) tegen de contactdoos te drukken, een kwartslag te draaien en daarna door te drukken.

Britse contactdozen hebben altijd drie gaten, want de veiligheidsaarde is ook als bus uitgevoerd. De beide spanningvoerende bussen zijn door een klepje afgedekt. Bij het insteken van een stekker zal de iets langere aardpen het klepje openen waardoor de overige aansluitingen worden vrijgegeven.

Beluister

(info)