Convectie
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Convectie is de stroming van gas of vloeistof. Deze stroming kan plaats vinden onder invloed van onder meer verschillen in temperatuur, druk of dichtheid. Zo treedt convectie op in de aardatmosfeer waar warme lucht van de door de zon verwarmde bodem opstijgt. Op een andere plek daalt koude lucht juist af naar beneden. Convectiestromen zijn dus altijd gesloten.
Inhoud |
[bewerk] Technische toepassingen
Convectie wordt in de techniek gebruikt in bijvoorbeeld de convectorput, een vorm van verzonken centrale verwarming. Bij conventionele kachels treedt ook vooral convectie op om een ruimte te verwarmen. Dit is ook het geval bij radiatoren. Ook al lijkt de naam radiator erop te wijzen dat er vooral warmtestraling geleverd wordt, dit is onjuist, er treden luchtstromingen op die de warmte door de ruimte verspreiden. De luchtstromingen treden op in cellen (zie afbeeldingen). Deze stromingen zijn er ook de oorzaak van dat op sommige plekken op een radiator veel stof neerdaalt. Omdat een dikke laag stof de warmte isoleert, verdient het aanbeveling de radiatoren regelmatig schoon te maken.
[bewerk] Voorbeelden van convectie in de natuur
Grootschalige convectie treedt in de Aarde op in de vaste aardmantel en de vloeibare buitenkern. De omhooggerichte convectiestroom in de mantel is een zuilsgewijze stijging van materiaal uit de asthenosfeer tot aan de lithosfeer, aangedreven door een warmtegradiënt. Aan het aardoppervlak veroorzaakt zo'n omhooggerichte warmtestroom een hotspot. Er kan als gevolg vulkanisme en verzwakking van de lithosfeer plaatsvinden. Dat laatste kan leiden tot extensietektoniek.
In de atmosfeer komt ook door warmteverschillen gedreven convectie voor. De atmosferische circulatie kan beschreven worden door zogenaamde "circulatiecellen", dit zijn in feite convectiecellen waarin lucht rondstroomt.
[bewerk] Natuurkunde
In de natuurkunde is convectie ook de warmteoverdracht tussen een oppervlak en een fluïdum, dit via warmte meegetransporteerd met het bewegende fluïdum. Er zijn twee vormen van convectie:
- gedwongen convectie, m.b.v. ventilator, bijv. koeling van een processor.
- vrije convectie, de vloeistof beweegt zonder externe bron, door het dalen van de massadichtheid van het fluïdum (door het stijgen van de temperatuur), bijv. een radiator.
Dit fenomeen wordt beschreven door de wet van Newton (geformuleerd in 1701):

h: convectiecoëfficiënt (in
);
A: convectie-oppervlak;
Q: warmtetransport;
ΔT: temperatuursverschil;
Enkele cijfers:
- vrije convectie, metaal>lucht: 5-20
- gedwongen convectie, metaal>lucht: 25-250


