David Knopfler

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
David Knopfler

David Knopfler (Glasgow, 27 december 1952) is een Schotse zanger, gitarist en songschrijver van Joodse komaf.
Hij is de broer van gitarist Mark Knopfler van Dire Straits. Sinds zijn elfde schrijft hij zijn eigen songs en speelt hij verschillende instrumenten waaronder piano, gitaar en drums.

Dire Straits-periode[bewerken]

Hij en zijn oudere broer richtten de band Dire Straits op in 1977 en scoorden een jaar later al hun eerste grote hit met Sultans of Swing. David speelde mee op de eerste twee albums ‘Dire Straits’ (1978) en ‘Communiqué’ (1979). Binnen Dire Straits was het Mark Knopfler die de leiding nam, maar David wilde eigenlijk zelf ook muziek maken, dus verliet hij de band in de zomer van 1980 tijdens de opnames van ‘Making Movies’, het derde Dire Straits-album.

Solocarrière[bewerken]

In 1983 brengt hij “Release” uit, zijn eerste soloalbum. Op dit album hoor je hier en daar nog het typische geluid van Dire Straits, hoewel zijn stemgeluid en de brave orkestraties op de plaat duidelijk maken dat het wel degelijk gaat om een soloalbum. Mark Knopfler speelt zelf ook mee op de track ‘Madonna’s Daughter’.

In de jaren ’80 volgden nog meer soloalbums: “Behind The Lines” (1985), “Cut The Wire” (1986) en zijn vierde album “Lips Against The Steel” (1988). Zijn albums kregen weinig aandacht in de media en waren dan ook niet zo succesvol. Toch maakt hij met elk album duidelijk dat hij een uitstekend songwriter is.

Hij schreef soundtracks voor de Duitse films: “Treffer” uit 1983 en “Der grosse Bellheim” en de 'theme-song' voor de (Schimanski-)Tatort-aflevering "Doppelspiel" uit 1984, onder regie van Hajo Gies. In 1989 schreef hij het theme voor de film ‘Laser Mission’ en de soundtrack voor de Duitse film “Jakob hinter der blauen Tür” (1989). In de jaren ’90 bracht hij de soloalbums “Lifelines” (1991), “The Giver” (1993) en “Small Mercies” (1995) uit. Op “The Giver”, één van zijn betere albums, speelt hij grotendeels piano, ritmegitaar en harmonica. De leadgitaar is vaak akoestisch en wordt bespeeld door zijn boezemvriend Harry Bogdanovs. Zijn band bestaat verder uit bassist Kuma Harada en drummer Ray Singer. Eén van de beste songs op het album is het bluesachtige ‘Hey Jesus’.

In 1997 schreef hij het boek ‘Bluff your way in the Rock Business’ waarin hij het heeft over het leven van een gemiddelde rockster.

Vier jaar later verscheen zijn achtste soloalbum ‘Wishbones’ waarvoor hij beroep deed op op de Dire Straits-muzikanten Chris White, Phil Palmer en Alan Clark. Ook Chris Rea is van de partij. Ondertussen werkte hij ook samen met andere artiesten zoals Wendy Lands, Mack Starks en Amilia Spicer.

Zijn album ‘Ship Of Dreams’ uit 2004 werd goed onthaald door de pers. Het album produceerde hij samen met Harry Bogdanovs. Alan Clark, Pete Shaw en Chris Rea zijn de gastmuzikanten van dienst.

In 2006 verscheen 'Songs for the Siren', een samenwerking met ex-Rainbow toetsenist Toney Carey. David heeft een overzicht gemaakt van zijn solocarrière 1983-2008 op 'The Anthology'. In november 2009 toerde hij voor het eerst 'elektrisch' door Duitsland. Zijn vaste gitarist Harry Bogdanovs was van de partij, evenals de bassist en de drummer van Chris Rea.

Een nieuw album zit in de pipeline voor 2010.

Buiten muziek schrijven, houdt hij zich ook bezig met gedichten schrijven. Zijn eerste dichtbundel "Blood Stones and Rhythmic Beasts verscheen in 2005. Verder is hij ook lange tijd lid van Amnesty International.

Discografie[bewerken]

  • 1978 - Dire Straits
  • 1979 - Communiqué

Solo discografie[bewerken]

  • 1983 - Release
  • 1985 - Behind The Lines
  • 1986 - Cut The Wire
  • 1988 - Lips Against The Steel
  • 1991 - Lifelines
  • 1993 - The Giver
  • 1995 - Small Mercies
  • 2001 - Wishbones
  • 2004 - Ship Of Dreams
  • 2006 - Songs for the siren
  • 2009 - The Anthology

Externe link[bewerken]