Dietrich Eckart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dietrick Eckart in de jaren negentig van de 19e eeuw

Dietrich Eckart (Neumarkt in der Oberpfalz, 23 maart 1868 - Berchtesgaden, 26 december 1923) was een Duits publicist, een vroege aanhanger van het nationaalsocialisme. Hij heeft mee de jonge Adolf Hitler gevormd.

Eckart was van rijke komaf, zoon van een notaris en advocaat. Hij verloor zijn moeder toen hij nog een kind was, zijn vader een paar jaar later, en aan het eind van zijn tienerjaren kwam hij terecht in een leventje als bohemien vol drank en drugs, waardoor hij het fortuin van zijn vader er al snel doorheen had gejaagd. Na een aantal valse starts in de kunst en een paar radicale politieke bewegingen, en na een jaar medicijnen studeren, raakt hij ernstig verslaafd aan de morfine en moest enkele maanden worden opgenomen in een psychiatrische kliniek. Daarna werd hij toneelschrijver, maar geen enkel stuk kwam ooit op het toneel. Volgens Eckart zelf de schuld van de joden, die naar zijn mening de touwtjes in handen hadden in het Duitse theater. Hij wordt in Het Raadsel Spinoza van Irvin D. Yalom genoemd als hoofdredacteur van een Münchener krant in 1919.

Hij leerde de 21 jaar jongere Adolf Hitler kennen in de herfst van 1919 en was gedurende geruime tijd en tot zijn overlijden zijn mentor.

Bibliografie (selectie)[bewerken]

Theaterstukken
  • Der Froschkönig. Romantische Komödie. 1904.
  • Familienväter. Tragische Komödie in 3 Aufzügen. Wigand, Berlijn en Leipzig 1904.
  • Der Erbgraf. Schauspiel in 3 Aufzügen. Bloch, Berlijn 1907.
  • Ein Kerl, der spekuliert. Komödie in 3 Aufzügen. manuscript 1909.
  • Henrik Ibsens Peer Gynt. In freier Übertragung für die Bühne. 1912. (Hoheneichen-Verlag, München 1916)
  • Heinrich der Hohenstaufe. Deutsche Historie in 4 Vorgängen. Herold, Berlijn-Steglitz 1915.
  • Lorenzaccio. Tragödie. Verband deutscher Bühnenschriftsteller, Berlijn 1918. (als Lorezaccio. Tragödie in 5 Aufzügen bij Hoheneichen, München 1920)
Proza, polemieken, journalistiek werk
  • In der Fremde. Gedichte. 1893.
  • Ibsen, Peer Gynt, der große Krumme und ich. Herold, Berlijn-Steglitz 1914.
  • Abermals vor der Höhle des Großen Krummen. Erneute Aussprache über Theaterkritik. Herold, Berlijn-Steglitz 1915.
  • Auf gut deutsch. Wochenschrift für Ordnung und Recht. Hoheneichen, München 1918–1920.
  • Völkischer Beobachter. 1920–1923.
  • Der Bolschewismus von Moses bis Lenin. Zwiegespräch zwischen Adolf Hitler und mir. Hoheneichen, München; Franz Eher Nachfolger, München; R. Hoffmann, Leipzig 1925.

Herdenking[bewerken]

In het nationaalsocialistisch Duitsland werden meerdere Eckart monumenten en gedenktekens opgericht. Het grote Berliner Waldbühne openluchttheater met plaats voor 22.000 toeschouwers werd gebouwd in de aanloop naar de Olympische Zomerspelen van 1936 op de Olympische site in Berlijn. De oorspronkelijke naam van dit theater voor de Tweede Wereldoorlog was de Dietrich-Eckart-Bühne.