Dikkopjes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dikkopjes
Thymelicus lineola-03 (xndr).jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Lepidoptera (Vlinders)
Familie
Hesperiidae (Dikkopjes)
Latreille, 1809
Afbeeldingen Dikkopjes op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Dikkopjes op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

Dikkopjes (Hesperiidae) zijn een familie van vlinders. De familie werd traditioneel als enige familie in de superfamilie Hesperoidea geplaatst. Recenter worden ze als een van de families in de superfamilie Papilionoidea beschouwd. Er bestaan over de hele wereld ongeveer 4000 soorten dikkopjes, waarvan de meeste in Zuid-Amerika voorkomen, de bakermat van het dikkopje; in Europa zijn maar ongeveer 40 soorten van deze vlinderfamilie waargenomen. In België komen 15 soorten voor.

Kenmerken[bewerken]

De dikkopjes bezitten stevige antennes met verdikte uiteinden. Opvallens is dat de uiteinden geknikt op de steel staan. Het dikkopje dankt zijn naam aan de dikke kop. In de kop bevindt zich de roltong, die in vergelijking met andere vlinderfamilies erg lang is. De meeste dikkopjes hebben in verhouding met hun zware lichaam vrij kleine vleugels, maar er zijn uitzonderingen: in de tropen komen soorten voor die een spanwijdte van wel 80 mm bereiken. Anatomisch gezien lijkt het dikkopje veel op de lichtmotten. Dat komt ook tot uiting in de nervatuur en de vorm van het rupsenlichaam. De rupsen zijn onbehaard en maken van bladeren en zelfgesponnen zijde een beschermend omhulsel, dat ze alleen verlaten om te eten. De eitjes hebben ovale of bolle vormen. De meeste soorten zijn bruin met witte of oranje vlekken, terwijl sommige fel gekleurd zijn.

Leefwijze[bewerken]

De soorten uit deze familie zijn overdag actief.

Voortplanting[bewerken]

De eieren worden een voor een afgezet op waardplanten. De larven die hieruit komen zijn herbivoor en nachtactief.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Deze familie komt wereldwijd voor in open begroeiingen, zoals akkers en graslanden, uitgezonderd in Nieuw-Zeeland.

Verdediging[bewerken]

De rupsen schieten hun uitwerpselen tot 1,5 meter ver weg. Dit is uit zelfverdediging, om natuurlijke vijanden om de tuin te leiden. Deze ruiken de uitwerpselen wel, maar kunnen de rups niet lokaliseren.

Onderfamilie[bewerken]

Geslachten[bewerken]

Foto's[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • David Burnie (2001), Animals, Dorling Kindersley Limited, London. ISBN 90-18-01564-4 (naar het Nederlands vertaald door Jaap Bouwman en Henk J. Nieuwenkamp).