Dol Guldur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dol Guldur, de vesting van Sauron.

In J.R.R. Tolkiens werken over de fictieve wereld Midden-aarde, ligt Dol Guldur, of Heuvel van Tovenarij, met de gelijknamige vesting van Sauron daarop, in het zuiden van het Demsterwold.

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Dol Guldur werd omstreeks D.E. 1000 door Sauron in gebruik genomen. Hiervoor heette het Amon Lanc en was het onderdeel van het rijk van Oropher, en later zijn zoon Thranduil. Toen de duisternis van Dol Guldur zich over het Grote Groenewoud verspreidde, leidde Thranduil zijn volk naar het noorden van het Demsterwold.

De Witte Raad vreesde de macht van Dol Guldur, en Gandalf ging Dol Guldur binnen. Sauron, die op dat moment nog niet op zijn volste kracht was, vluchtte weg. Hij keerde echter na bijna 400 jaar terug in het jaar 2460. Weer 400 jaar later, in 2845, werd de laatste drager van de Ring van Durin, Thráin II, gevangengezet in Dol Guldur, en zijn Ring werd hem afgenomen. Gandalf, die Dol Guldur was binnengetrokken, kwam te laat om hem te redden.

Na Gandalfs komst drong hij er bij de Witte Raad op aan om Dol Guldur aan te vallen, maar Saruman stemde tegen. In 2941 stemde Saruman alsnog met een aanval in, omdat hij wist dat Saurons dienaren langs de Anduin op zoek waren naar de Ring. Sauron, wiens plannen nu voltooid waren, vertrok naar Mordor in het oosten. Na korte tijd echter stuurde hij de tweede van Nazgûl, Khamûl om Dol Guldur weer te bezetten.

In de Oorlog om de Ring werd vanuit Dol Guldur zowel koning Thranduil, als Lothlórien aangevallen. Geen van deze aanvallen haalde echter het beoogde doel, en na Saurons val leidde Celeborn zijn leger over de Anduin en werden de muren van Dol Guldur door Galadriel verwoest.