Ringen van Macht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Ringen van Macht (Engels: the Rings of Power) zijn de 20 magische ringen uit de werken over de fictieve wereld Midden-aarde van J.R.R. Tolkien. Ze werden gesmeed in de Tweede Era tussen het jaar 1500 en 1600 door de Noldor uit Eregion.

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Het vers over de Ringen van Macht[bewerken]

Het beroemde vers uit In de Ban van de Ring is een belangrijk onderdeel in de verhalen rond de Ringen van Macht. In het origineel luidden de beroemde regels zes en zeven:

Ash nazg durbatulûk, ash nazg gimbatul,
ash nazg thrakatulûk, agh burzum-ishi krimpatul.

Het volledige Nederlands vertaalde gedicht luidt:

Drie Ringen voor de elfenkoningen op aard',
Zeven voor de dwergvorsten in hun zalen schoon,
Negen voor de mensen, die de dood niet spaart,
Eén voor de Zwarte Heerser op zijn zwarte troon
In Mordor, waar de schimmen zijn.
Eén Ring om allen te regeren, Eén Ring om hen te vinden,
Eén Ring die hen brengen zal en in duisternis binden,
In Mordor, waar de schimmen zijn.

(Uit "In de Ban van de Ring" door J.R.R. Tolkien, vertaling door Max Schuchart.)

Het volledige oorspronkelijke Engels vertaalde gedicht luidt:

Three Rings for the Elven-kings under the sky,
Seven for the Dwarf-lords in their halls of stone,
Nine for Mortal Men doomed to die,
One for the Dark Lord on his dark throne,
In the land of Mordor where the shadows lie.
One Ring to rule them all, One Ring to find them,
One Ring to bring them all, and in the darkness bind them,
In the land of Mordor where the shadows lie.

(Uit het verhaal in de originele taal "The Lord of the Rings" door J.R.R Tolkien.)

De Noldor en Annatar[bewerken]

Onder leiding van Celebrimbor stichtten de Noldorim in de achtste eeuw van de Tweede Era in Eriador het koninkrijk Eregion. De Noldor die deze regio bewoonden stonden bekend om hun grote vaardigheid in de smeedkunst. Hongerig naar meer kennis gingen ze in op het aanbod van de vreemdeling Annatar, die hen nog meer kennis en vaardigheid beloofde. Deze Annatar bleek later niemand minder te zijn dan de gecorrumpeerde maia Sauron, die later in Midden-aarde meerdere oorlogen om de macht zou ontketenen. Ondanks de bedenkingen van machtige elfen zoals Gil-galad en Elrond, kwam Sauron in zijn gedaante van Annatar naar Eregion om de Noldor te onderwijzen.

Het smeden van de Ringen van Macht[bewerken]

Driehonderd jaar lang onderwees Annatar de Noldor en hielp hen om magische ringen te smeden. Op deze manier werden er 19 Ringen van Macht gesmeed.

De Negen Ringen van de Mensen[bewerken]

De Negen Ringen werden geschonken aan vorsten van de Mensen. Annatar was betrokken bij het smeden van deze ringen. Deze vorsten van de Mensen werden uiteindelijk de Nazgûl. Tovenaar-koning van Angmar en Khamûl de Oosterling waren vorsten van de Mensen die een ring ontvingen.

De Zeven Ringen van de Dwergen[bewerken]

De Zeven Ringen werden geschonken aan vorsten van de Dwergen. Annatar was betrokken bij het smeden van deze ringen. Sauron kon de vorsten van de Dwergen hier echter niet mee bedwingen. De vorsten van de Dwergen wisten met deze Ringen van Macht grote rijkdom te verzamelen maar werden uiteindelijk allen het slachtoffer van Draken en de Balrog van Khazad-dûm. Uiteindelijk bleven maar drie Ringen van de Dwergen over, vier werden er door drakenvuur verteerd. Sauron poogde in de aanloop naar de Oorlog om de Ring de Langbaarden van Erebor om te kopen tot het opgeven van de locatie van Bilbo Balings.

De Drie Ringen van de Elfen[bewerken]

De Gwaith-i-Mírdain smeden ook Drie Ringen voor de Elfen zonder invloed van Annatar: Narya (ook ring van vuur of rode ring), Vilya (ook ring van lucht) en Nenya (ook ring van water of adamanten ring). Deze Ringen van Macht waren sterker dan de andere Ringen van Macht. Vilya werd toevertrouwd aan Gil-Galad (later aan Elrond), Nenya aan Galadriel en Narya aan Círdan (later aan Gandalf). Met deze ringen waren deze Elvenvorsten in staat hun koninkrijken in stand te houden.

De Ene Ring[bewerken]

Annatar smeedde de Ene Ring in het geheim in de Orodruin en wilde daarmee alle Ringen van Macht beheersen. De Ene Ring kon alleen in het vuur van de Orodruin worden verteerd. Zodra Annatar de Ene Ring voor het eerst droeg werd hij ontmaskerd als Sauron. Kort daarop viel hij Eregion binnen en vernietigde dit land. Dit leidde tot de oorlogen van Gil-galad, Elrond, Khazad-dûm en Númenor (later Arnor en Gondor) tegen Sauron. Door het smeden van de Ene Ring ging veel macht van Sauron over in de Ene Ring en werd hij er zeer afhankelijk van.

Oorlogen om de Ene Ring en de val van Sauron[bewerken]

Tot twee keer toe kwam het tot een grote oorlog tussen Sauron met zijn dienaren, en de rest van Midden-aarde. Het eerste treffen luidde het einde van de Tweede Era in en de eerste val van Sauron. Een laatste alliantie van Mensen en elfen drong Mordor binnen en vocht tegen de eenheden van Barad-dûr met Sauron als generaal. Daar op de hellingen van de Doemberg werd de laatste grote slag van de Tweede Era gevoerd. Eerst was de alliantie aan de winnende hand maar in het heetste van de strijd trad Sauron naar voor, onoverwinnelijk door de macht van de Ene Ring. Op het moment dat alles verloren leek pakte Isildur, zoon van Elendil, kroonprins van Gondor, het zwaard van zijn vader Elendil op en hakte de ring van Saurons hand. De Ring viel via Isildur uiteindelijk in de handen van Gollem, na vele jaren in de rivier de Anduin te hebben gelegen. Uiteindelijk valt in "De Hobbit" te lezen hoe de ring in handen komt van Bilbo Balings. In In de Ban van de Ring valt te lezen hoe de ring overgaat op Frodo Balings, die hem na veel omzwervingen en veldslagen weet te vernietigen in de Doemberg. De vernietiging van de Ene Ring betekent uiteindelijk ook het definitieve einde van Sauron en luidt het begin in van de Vierde Era.

Nibelungen[bewerken]

De ringsymboliek in Tolkiens werk lijkt sterk op die van het Nibelungenlied (dat, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, oorspronkelijk een heldenepos uit de dertiende eeuw was - afgeleid van de Edda, en niet de opera van Richard Wagner). Waarschijnlijk is er dan ook sprake van directe verwantschap. Er zijn echter ook beweringen dat de overeenkomsten zijn ontstaan doordat beiden thema's uit de Germaanse sagenwereld in hun werk opnamen.