Draaibank

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Moderne draaibank.

Een draaibank is een werktuigmachine voor het bewerken van cilindervormige werkstukken. Draaien is een verspanende techniek.

Overzicht[bewerken]

De draaibank verschilt sterk van de meeste andere werktuigmachines, want bij de draaibank staat het snijgereedschap (draaibeitel) stil, terwijl het werkstuk beweegt (draait).

De draaibank bestaat veelal uit een gietijzeren constructie, het deel dat op de grond staat heet de voet en daarbovenop staat het draaibankbed. Bij grotere draaibanken zijn voet en bed uit 2 delen gemaakt, bij bijvoorbeeld een tafeldraaibank bestaan de voet en het bed uit een enkel stuk gietijzer.

Meestal wordt de draaibank aangedreven door een elektromotor via een overbrengingssysteem, bestaande uit V-riemen en/of tandwielen waardoor men verschillende toerentallen kan kiezen.

Historie[bewerken]

Exact Drawing made with Camera Obscura of Horizontal Boring Machine by Jan Verbruggen in Woolwich Royal Brass Foundry approx 1778 (drawing 47 out of set of 50 drawings)

De draaibank is een zeer oude machine die al gebruikt werd in Assyrie en het klassieke Griekenland. De oorsprong van het draaien vinden we rond 1300 voor Christus toen de antieke Grieken een twee-persoons houtdraaibank ontwikkelden. Een persoon draaide het werkstuk met een touw terwijl een andere persoon een scherp voorwerp gebruikte om vormen in het hout te snijden. In het Romeinse rijk werd een draaiboog (soort strijkstok) toegevoegd. In de middeleeuwen werd het handdraaien vervangen door een pedaal zodat de handen vrijkwamen om de verschillende beitels vast te kunnen houden. Dit type draaibank is tot in het begin van de 20e eeuw veel gebruikt en we zien ze vandaag nog in gebruik in diverse ontwikkelingslanden.

De eerste industriële metaaldraaibank werd door de Nederlander Jan Verbruggen, meester gieter in de zware geschutgieterij in Den Haag, in 1757 ontworpen en geïnstalleerd. In 1770 werd hij benoemd tot meester gieter in de geschutgieterij in het Royal Arsenal in Woolwich. Hier installeerde hij eenzelfde horizontale, door paarden aangedreven draaibank waarvan een set van 50 gedetailleerde camera obscura tekeningen bewaard zijn gebleven. (zie bijgevoegd voorbeeld). Henry Maudslay, die later onder andere het automatisch draaien van schroefdraden op de draaibank uitvond, werkte ook in de werkplaats van Jan Verbruggen in Woolwich.

Soorten draaibanken[bewerken]

In de conventionele draaibanken kunnen we 6 soorten basis-draaibanken onderscheiden, namelijk:

  1. Centerdraaibank: wordt gebruikt voor stukken met een centerpunt aan beide kopzijden en geen mogelijkheid tot klemmen op het stuk.
  2. Universele draaibank: de meest bekende vorm, wordt veelal gebruikt voor stuk- en herstellingswerken. Door demontage van de klauwplaat kan er een centerdraaibank van gemaakt worden doordat er in de spil een conus zit.
  3. Kopdraaibank: een universele draaibank voor stukken met een diameter tot soms wel 3,5 meter. Er ontbreekt vaak wel de losse kop op deze soort, nadeel is dat het opspannen van het stuk veel tijd kost en dat de hoofdspil sterk op buigen wordt belast.
  4. Carrouseldraaibank: een verticaal opgestelde kopdraaibank, met de voordelen van de kopdraaibank maar geen belasting op buigen van de spil. Sommige versies hebben ook de mogelijkheid om met meerdere beitels tegelijk te kunnen werken.
  5. Kopieerdraaibank: een draaibank gebruikt voor het maken van series gelijke stukken. Hierbij loopt een taster over een mal en de vorm van de mal wordt aan een beitel doorgegeven en zo op een werkstuk gedraaid. Is vervangen door de computer numerical control (CNC) machines.
  6. Revolverkopdraaibank: gebruikt voor het vervaardigen van series gelijkvormige stukken. Principieel een universele draaibank maar met een beitelhouder voor soms wel 8 gereedschappen die je kunt ronddraaien (zoals bij een trommelrevolver).

Werking[bewerken]

Opbouw van een oudere draaibank uit 1911. Met a = bed, b = geleiding (met dwarsslede en beitelhouder), c = kop, d = terugversnelling (met overbrenging naar ondergelegen spindel) e = kegel voor riemaandrijving van een externe voeding, f = frontpaneel gemonteerd op spindel, g = losse kop. h = spindel.

Instellingen[bewerken]

Het toerental wordt afgestemd op het te bewerken materiaal (de specifieke snijsnelheid, die voor elk materiaal anders is) en de diameter van het te draaien werkstuk. Hierbij gebruikt men de volgende formule:

 n = (V_c*1000)/(\pi.d),

Waarbij:

  • n: het toerental, in toeren/min
  • Vc: de snijsnelheid, in m/min
  • d: de diameter van het werkstuk, in mm

Bij het gebruik van een industriële draaibank, waarbij door middel van hendels de toerentallen en voedingen worden ingesteld, is het volgende zeer belangrijk: het toerental van de hoofdspil mag slechts bij stilstand veranderd worden en de voedingen tijdens werking van de draaibank. Het kan dus soms gebeuren dat de tandwielen niet goed in elkaar grijpen bij het wisselen van hoofdspiltoerental, het volstaat hierbij om de klauwplaat met de hand te bewegen, men zal dan voelen dat de hendels op hun juiste plaats vallen als men de klauwplaat een beetje verdraait. Er bestaan ook systemen voor traploze snelheidsregeling bij conventionele machines in de vorm van frequentieomzetters.

Losse kop en bed[bewerken]

Rechts bevindt zich de losse kop, hierin kan een vast of meedraaiend center worden geplaatst, zodat het werkstuk aan beide uiteinden ondersteund wordt. Ook bestaat de mogelijkheid om er een boorkop of een grotere boor rechtstreeks in te zetten.

De losse kop kan verplaatst worden langs het bed. Het bed bestaat uit twee geleiders die heel zuiver zijn geslepen. In het bed is een trapeziumvormige rand geslepen, zodat bij slijtage op het bed er geen zijdelingse speling ontstaat maar enkel de support naar onder toe zakt (een zeer kleine verplaatsing overigens).

Bij het bed zijn er 2 keuzemogelijkheden: inductiegehard of niet. Inductiegehard is duurder maar op termijn heeft dit enkel voordelen doordat het bed minder vatbaar is voor beschadiging van spanen of slijtage door gebruik. De beitelwagen, ook wel eens langsslede of support genoemd, kan over het bed verplaatst worden (voeding). Dit support kan zowel handmatig alsook automatisch door middel van een nauwkeurige schroefdraadstang worden voortbewogen, afhankelijk van de grootte van de draaibank kan dit trapeziumdraad of zaagtanddraad zijn, beide geschikt voor het opnemen van zware axiale belastingen op deze as. Hierbij moet er op gelet worden dat bij het gebruik van automatische voeding men de slede niet heeft vast gezet met de blokkeerschroeven, dit kan zware schade veroorzaken aan het bed.

Dwarsslede en beitelhouder[bewerken]

De dwarsslede is de tweede van een combinatie van drie sleden, haaks ten opzichte van elkaar opgesteld. Ook deze kan meestal met automatische voeding worden bewogen. Hierop staat dan nog een beitelslede waarop een beitelhouder geplaatst is waarin men, afhankelijk van het model, één of meerdere beitels kan plaatsen. Hoe deze beitels worden vastgehouden in de beitelhouder verschilt, het belangrijkste is dat de beitelpunt op centerhoogte staat in verband met snijkrachten en afwerking van het stuk.

Zie ook[bewerken]

Zoek dit woord op in WikiWoordenboek