Echte hooiwagens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Echte hooiwagens
Echte hooiwagens
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Arachnida (Hooiwagens)
Orde: Opiliones
Infraorde: Eupnoi
Superfamilie: Phalangioidea
Familie
Phalangiidae
Latreille, 1802
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De echte hooiwagens (Phalangiidae) is een familie uit de orde van de Opiliones met zo'n 380 soorten.

Kenmerken[bewerken]

Hooiwagens lijken wel wat op spinnen, maar zijn toch anders. Het zijn wel spinachtigen met acht poten, maar hun lijf is niet in twee duidelijke onderdelen opgedeeld. Het maximaal 1 cm lange lichaam bestaat uit één stuk: er valt kop noch staart aan te ontdekken en dat is een groot verschil met de insecten, spinnen en schorpioenen. Daarnaast hebben ze altijd maar twee ogen, deze staan altijd op een soort verhoginkje. Hooiwagens hebben geen spintepels en kunnen dus niet spinnen en ook maken ze geen gif aan, maar ze kunnen wel een stinkende vloeistof uitscheiden. Ze kunnen een pootspanwijdte van wel 10 cm bereiken. Mannetjes hebben vaak vergrote cheliferen, in tegenstelling tot de vrouwtjes.

Leefwijze[bewerken]

Deze nachtactieve, roofzuchtige dieren prefereren een vochtige omgeving. Ze voeden zich hoofdzakelijk met ongewervelden, maar vergrijpen zich ook wel eens aan vruchten of aas. Om zijn prooi te vangen rent hij er achteraan. Voor het dier begint te eten, vindt er een uitwendige vertering plaats door middel van een verteringssap, dat via de monddelen over de prooi wordt uitgescheiden, waardoor de prooi vloeibaar wordt en kan worden opgezogen. Hooiwagens kunnen bij een aanval poten afwerpen, die nog een poosje bewegen om de aanvaller af te leiden.

Voortplanting[bewerken]

Hooiwagens paren door directe sperma-overdracht, in tegenstelling tot spinnen die het sperma overdragen in speciale pakketjes. De eieren worden met een legboor in de aarde gelegd. Jonge hooiwagens lopen het risico om door hun oudere soortgenoten te worden opgegeten.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Deze familie komt wereldwijd voor onder stenen, in de strooisellaag van bossen en in graslanden.

Taxonomie[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • David Burnie (2001) - Animals, Dorling Kindersley Limited, London. ISBN 90-18-01564-4 (naar het Nederlands vertaald door Jaap Bouwman en Henk J. Nieuwenkamp).