Eduard van Woodstock
| Eduard van Woodstock | ||
| 1330-1376 | ||
| 1e opvolger voor de Engelse troon | ||
| Periode | 1330-1376 | |
| Voorganger | Jan van Cornwall | |
| Opvolger | Richard van Bordeaux | |
| Prins van Wales | ||
| Periode | 1330-1376 | |
| Voorganger | Eduard | |
| Opvolger | Richard van Bordeaux | |
| Vader | Eduard III van Engeland | |
| Moeder | Filippa van Henegouwen | |
Eduard van Woodstock (Woodstock (Engeland) (Oxfordshire), 15 juni 1330 – Palace of Westminster (Westminster), 8 juni 1376), bijgenaamd de Zwarte Prins, was de oudste zoon van Eduard III van Engeland.
Hij is nooit koning geworden omdat hij een jaar eerder stierf dan zijn vader. Naast Prins van Wales was hij ook Hertog van Guyenne. In die laatste hoedanigheid was hij leenplichtig aan de Franse koning. Zijn bijnaam heeft hij waarschijnlijk te danken aan de kleur van zijn wapenuitrusting. Eduard voerde als motto "Ich Dien" (Ik Dien) in zijn wapen. Vermoedelijk had hij in Vlaanderen verbleven, want Vlaanderen vocht mee met de Engelsen, tegen de dreigende Franse bezetting.
De meningen over de verdiensten van de prins zijn zeer verdeeld. Bij de ridders in zijn tijd was Eduard zeer geliefd; Chandos Herald sprak over diens bestuur in Zuid-Frankrijk als "zeven jaren van vreugde, vrede en plezier" terwijl de prins in werkelijkheid een verkwistend schrikbewind had gevoerd. De prins liet het platteland verwoesten door zijn soldaten en legde zware belastingen op om een enorme hofhouding en een dagelijkse tafel voor 400 gasten te onderhouden. In 1367 kwamen de edelen van Gascogne tegen hem en zijn belastingen in opstand. De prins was een toonbeeld van ridderlijk gedrag maar voor behoorlijk bestuur, economie, of mensen buiten zijn eigen klasse, de ridderstand, had hij geen oog.
Hij stond in zijn tijd bekend als een zeer kundig veldheer. Als 16-jarige vocht hij mee met zijn vader tijdens de slag bij Crécy. Jan de Blinde, de koning van Bohemen, vocht aan de zijde van de Fransen en sneuvelde in Crécy. Jan droeg struisvogelveren op zijn helm. Die werden door Eduard III aan zijn zoon geschonken. De struisvogelveren zijn nog steeds te zien in het blazoen van de prins van Wales.
In de Slag bij Poitiers, 10 jaar later, wist hij de Franse koning Jan II gevangen te nemen. In 1362 werd hij Hertog van Aquitanië. Hij was niet geliefd vanwege de zware belastingen die hij hief. De stad Limoges kwam daarom in 1370 tegen hem in opstand. Na deze opstand onderdrukt te hebben, liet hij volgens de kroniekschrijver Jean Froissart 3000 inwoners doden, zowel mannen, vrouwen als kinderen.
Eduard trouwde in 1361 met zijn volle nicht Johanna van Kent. Het echtpaar kreeg twee kinderen:
- Eduard (1365-1372)
- Richard (1367-1400), die in 1377 zijn grootvader Eduard III opvolgde als Richard II.
Eduard stierf in 1376 aan dysenterie en aan de gevolgen van een ontstoken wonde die hij had opgelopen in een veldtocht in Spanje. Hij werd begraven in de kathedraal van Canterbury.
Referenties [bewerken]
- art. Eduard der Schwarze Prinz, in Lexikon des Mittelalters 3 (1986), col. 1592.
- C. Cawley, ENGLAND, KINGS 1066-1603, fmg.ac (2006-2012).
| Zie de categorie Edward, the Black Prince van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |