Eerste expeditie naar Palembang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Batterij veldartillerie tijdens de expeditie

De Eerste expeditie naar Palembang (1819) was een strafexpeditie van het Nederlands-Indische leger naar Palembang.

Inleiding [bewerken]

De verhouding tussen Sultan Mahmud Badaruddin II van Palembang en commissaris Muntinghe was al enigszins gespannen in 1818; gedurende een reis van Muntinghe naar de binnenlanden, waar zich nog een Engels detachement ophield, maakte de sultan aanstalten het Nederlands gezag aan te tasten, door het op de been brengen van gewapende bendes en door allerlei voorbereidingen. Toen Muntinghe terugkeerde en van een en ander op de hoogte was gesteld eiste hij van de sultan gijzelaars; in juni 1819 werd die eis beantwoord met een aanslag op het Nederlands fort te Palembang; de bezetting sloeg de aanval af; een poging om de kraton te bezetten mislukte en de Nederlandse troepen moesten zich terugtrekken om op Banka versterking af te wachten, terwijl de oorlogsschepen aan de monding van de Soengsang post bleven vatten. Muntinghe ging naar Java om inlichtingen te geven en er werd besloten om een escader landingstroepen, onder bevel van schout-bij-nacht Wolterbeek, tegen Palembang uit te zenden.

De expeditie [bewerken]

Op 22 augustus vertrok de expeditie van Batavia; toen men te Muntok aankwam bleek dat Sultan Mahmud Badaruddin II ook op Banka onlusten had verwekt, zodat de 17de september enkele versterkingen te Banka Kota werden genomen. Pas de 30ste september kon men de rivier van Palembang binnenkomen en het duurde tot 20 oktober voor Wolterbeek het eiland Gombora en de aldaar opgeworpen versterkingen was genaderd. Het ongunstige weer, als gevolg van de ingevallen regenmoesson, maakte echter zoveel zieken op de schepen, en het moerassige terrein was bovendien zo ongunstig voor de landing, dat Wolterbeen de 30ste oktober onverrichter zake moest terugtrekken. De troepen keerden naar Banka en Batavia terug; alleen de schepen bleven om de riviermonden te blokkeren.

Deze eerste vruchteloze poging om de sultan van Palembang terecht te wijzen, versterkte niet weinig het verzet van de inlanders van Banka, die voortdurend door afgevaardigden van de sultan tot volharding werden aangespoord. In november 1819 werd zelfs inspecteur generaal der tinmijnen, Smissaert, vermoord; door versterking van de militaire posten kon een opstand verder voorkomen worden. Door het sneuvelen van Raden Klink, het hoofd der zeerovers van de Lepar-eilanden, die de opstandelingen ondersteunde, werd de voornaamste tegenstand gebroken en de rust, althans voorlopig, hersteld. Er zou nog een tweede expeditie naar Palembang nodig zijn om de rust voorgoed in Palembang te doen terugkeren.

Portal.svg Portaal KNIL
Bronnen, noten en/of referenties
  • 1900. W.A. Terwogt. Het land van Jan Pieterszoon Coen. Geschiedenis van de Nederlanders in oost-Indië. P. Geerts. Hoorn
  • 1900. G. Kepper. Wapenfeiten van het Nederlands Indische Leger; 1816-1900. M.M. Cuvee, Den Haag.
  • 1876. A.J.A. Gerlach. Nederlandse heldenfeiten in Oost Indë. Drie delen. Gebroeders Belinfante, Den Haag.