Egyptisch dodenboek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fragment uit het dodenboek van de klerk Nebqed, ca. 1300 v.Chr.

Het Dodenboek (letterlijke vertaling: Het boek van het voortkomen [of -gaan] bij dag) is een verzameling teksten die met name op papyrus geschreven werden en die meegegeven werden met de overledene in het graf tijdens het Nieuwe Rijk, de Derde Tussenperiode en de Late Periode. In het Arabisch heet het 'kitâb al Mayyitun/كتاب الموتى'.

De spreuken werden vaak begeleid door een zogenaamde vignette, een symbolische representatie die de inhoud van de spreuk samenvat. De teksten zelf vormen een continuering van oudere religieuze teksten zoals de Piramideteksten en de Sarcofaagteksten. In tegenstelling tot de Piramideteksten hebben de Dodenboek-spreuken wel titels. Het doel van de spreuken was het voorzien van de dode van middelen om te overleven en bescherming te bieden in het hiernamaals. Centraal staat het thema van het Dodenoordeel, waaraan elke overledene onderworpen wordt, en de reis van de overledene door het hiernamaals. Tijdens het tribunaal waar de overledene beoordeeld wordt door 24 rechters, doet de overledene een negatieve confessie. Hij noemt daarbij allerlei slechte zaken op die hij tijdens zijn leven niet heeft gedaan, waardoor hij dus zijn zonden ontkent. Het hart van de overledene wordt in een weegschaal gewogen, waarbij Ma'at (gerechtigheid) in de symbolische vorm van een veer als tegengewicht dient. Als het hart even zwaar was, dus niet zwaar van de zonde, werd de dode toegelaten in de onderwereld bij Osiris, als het hart zwaar van de zonde was werd de overledene aan stukken gescheurd door Ammit.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]