Estivatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Estivatie (van Latijns werkwoord: aestivare: de zomer (=aestas) doorbrengen) is de tegenhanger van de winterslaap namelijk een zogenaamde 'zomerslaap'.

De reden voor een dier om in winterslaap te gaan is het feit dat het te koud wordt en er te weinig voedsel te vinden is. Tijdens hun winterslaap daalt de lichaamstemperatuur sterk. De meeste lichaamsfuncties zijn vertraagd. De hartslag is vertraagd en de hele stofwisseling van het dier staat op een laag pitje.

Slakken van het genus Cernuella houden hun zomerslaap op een plant in Sicilië

Er zijn dieren die ditzelfde doen maar dan niet omdat het te koud wordt, maar vanwege droogte en/of hitte. Er zijn enkele zoogdieren bekend, die een langdurige slaap houden, namelijk Cheirogaleus medius, een dwerglemur uit Madagaskar, gedurende zeven maanden per jaar.[1] Wegens de hoge temperaturen in deze periode van het jaar kan men moeilijk spreken over een "winterslaap", maar moet men het eerder een "zomerslaap" noemen. Een ander zoogdier dat een zomerslaap houdt is het vogelbekdier, ook dit dier ontloopt de warmte.

Longvissen[bewerken]

De Afrikaanse longvissen graven zich in droge tijd in en omgeven zich met een cocon van opgedroogd huidslijm, die tot in de mondopening doorloopt. Zo kunnen zij lucht blijven ademen. In de cocon daalt de stofwisseling en alle lichaamsfuncties van de longvis tot een minimum. De vissen vervallen in een lethargische droogteslaap. Hieruit ontwaken ze pas wanneer het woongebied van deze vissen weer onder water komt te staan. Zij teren in op hun lichaamsvetten en bij lang aanhoudende droogte zelfs op hun spierweefsel. In experimenten houden longvissen een droogteslaap van meer dan vier jaar vol.

Andere dieren[bewerken]

Naast de longvissen zijn er meerdere dieren die dit gedrag vertonen, vooral veel kikkers en padden graven zich in om droogte te overleven. Om zichzelf te beschermen tegen omstandigheden waar het dier niet goed tegen kan, kan het dus in een soort van diepe slaap gaan. Op deze manier hoeft het niet te eten en heeft het veel meer kans om de periode van extreme omstandigheden te overleven.

Het vogelbekdier en de grondeekhoorns zijn nog twee diersoorten die aan estivatie doen. Verder zijn er sommige slangensoorten en andere woestijndieren die in periodes van extreme hitte in 'zomerslaap' gaan in holen onder grond.

Een aantal landslakken van het geslacht Theba pisana houden hun zomerslaap op een rij afsluitingspalen in Kadina, Zuid Australië

Een aantal landslakken uit de genera Helix, Cernuella, en Otala houden een zomerslaap in de warmste periode van de zomer. Ze klimmen dan op planten of palen om te ontsnappen aan de hitte die uit de grond komt. Ze sluiten de opening van hun slakkenhuisje af om waterverlies te vermijden. Hiertoe scheiden ze een mucus af wat indroogt en een membraan vormt, het epifragma. Deze membraan kan bij bepaalde soorten, zoals de wijngaardslak (Helix pomatia), versterkt worden met calciumcarbonaat en aldus gelijken op een operculum. Het bevat een klein gaatje waardoor de slak kan 'ademen'.

Ook veel landkrabben brengen de warmste dagen van de zomer door in inactieve toestand diep in hun gegraven hol.

Referenties[bewerken]

  1. Dausmann, K. H., Glos, J., Ganzhorn, J. U., & Heldmaier, G. (2004). Hibernation in a tropical primate. Nature 429: 825–826 . DOI:10.1038/429825a.