Extracellulaire vloeistof

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Met extracellulaire vloeistof of extracellulair vocht[1] wordt de lichaamsvloeistof bedoeld die zich buiten de lichaamscellen bevindt.

Er zijn twee plaatsen waar extracellulaire vloeistof voorkomt:

  1. tussen de cellen, ook wel interstitiële vloeistof genoemd;
  2. in het bloed, ook wel intravasculaire vloeistof genoemd.

Interstitiële vloeistof is vergelijkbaar met bloedplasma met het verschil dat er in bloedplasma tot 5x meer eiwitten zitten waardoor deze niet door de capillairen past, en dus in de bloedbaan blijft.

De extracellulaire vloeistoffen bestaan voornamelijk uit water en minerale zouten, waarbij bloedplasma vooral van interstitiële vloeistof verschilt door een hoger gehalte aan onder meer eiwit, vitaminen en hormonen.

Ook is er intracellulaire vloeistof; deze bevindt zich binnen de lichaamscellen.

Tussen de vloeistoffen in de genoemde drie compartimenten bestaan aanzienlijke verschillen in samenstelling.

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.