Fort Nieuw-Amsterdam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fort Nieuw-Amsterdam
Gouverneur Titus van Asch van Wijck op bezoek op Fort Nieuw Amsterdam, ca. 1893-1894
Het oudste kruithuis

Fort Nieuw-Amsterdam is een voormalig Nederlands fort bij Nieuw-Amsterdam in Suriname. Het fort ligt aan de rechteroever van de Surinamerivier waar deze met de Commewijnerivier samenvloeit.

Fort[bewerken]

Nadat in 1712 de Fransen een succesvolle aanval hadden uitgevoerd op een deel van de plantages rond Fort Zeelandia, werd op de rechteroever van de rivier dit fort gebouwd.

De bouw[bewerken]

De eerste steen voor de bouw van het fort werd door J.A.H. de Cheusses gelegd in december 1734. De bouw duurde tot 1747. Net als Fort Zeelandis heeft het fort de vorm van een regelmatige vijfhoek met bastionpunten. Het ontwerp was van ingenieur P, Desroques, directeur-generaal van 's lands fortificatiën van 1713-1730.

De bouw verliep moeizaam. Eerst was men van plan de stenen ter plaatse te bakken, maar de klei bleek te zilt en te nat te zijn om goede stenen te bakken. In deze tijd werd bepaald dat schepen uit Nederland bakstenen moesten meenemen. Daarna bleek dat de bodem (voorheen moeras) te zacht was. In 1735 werd besloten om een aarden wal te maken met houten palen.

Tussen de binnenmuur en de wal kwam een gracht met een ophaalbrug. Er werd ook een sluis gemaakt om de waterstand in het fort te beheersen. In het fort waren kazernes, twee kruithuizen (1740 en 1778), wachtgebouwen, een timmerloods, een smederij, een steenbakkerij en diverse waterreservoirs. Het oudste kruithuis was al snel te klein en werd, toen het tweede kruithuis klaar was, gebruikt als artillerielaboratorium.

Het fort ligt op een zeer strategisch punt waarvandaan beide rivieren verdedigd kunnen worden. Samen met andere forten diende het als een verdedigingslijn tegen binnenvallende vijandelijke vloten. Toch hebben de Engelsen tweemaal het fort veroverd, van 1799 tot 1802 tijdens de 5de oorlog met Engeland en in 1804 tijdens de 6de oorlog. Tot 1816 heerste er een Engels bewind.

Van 1863 - 1967 heeft het fort als strafgevangenis gediend.

1907[bewerken]

In 1907 verloor het fort de functie van verdedigingswerk. Het bestuurscentrum van het district Crommewijne heeft er intrek genomen. In 1943 werd de vestingsplaats, exclusief het fort, tot dorpsgemeente verklaard.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in het fort kazematten gebouwd en enkele Amerikaanse stukken scheepsgeschut geplaatst.

Museum[bewerken]

Nadat men per korjaalboot de rivier is overgestoken en onderweg een blik op de riviermonding heeft geworpen, komt men in een fraai aangelegd park dat om het fort ligt. Er staan de gebruikelijke kanonnen en opgeknapte huizen, w.o. de twee kruithuizen.
Het openluchtmuseum werd in 2005 geopend en trekt nu jaarlijks ruim 40.000 bezoekers. Het is 's maandags gesloten.

Gevangenis
Gevangenis
Isoleercel

Voor de afschaffing van de slavernij was de plantage-eigenaar verantwoordelijk voor zijn slaven, maar nadien werd de overheid verantwoordelijk. Er ontstond een behoefte aan gevangenissen. In 1872 werd de gevangenis van Fort Nieuw-Amsterdam door het Bouwdepartement gebouwd toen W.H.J. van Idsinga gouverneur van Suriname was. In de gevangenis waren vier isoleercellen. Hierin was een houten brits en een emmer maar er was geen daglicht. Men werd er minstens een week lang opgesloten en mocht alleen eenmaal per dag naar buiten om te eten, dit bestond uit water en brood. Met een gemiddelde temperatuur van 30 graden stonk het erg in die cellen.

In 1942 werden 146 in Nederlands-Indië geïnterneerde Duitse mannen overgebracht naar Suriname. Ze werden opgesloten in de gevangenis van Fort Nieuw-Amsterdam. Een arts, dr. Schoonheyt werd op verdenking van een vluchtpoging drie weken in een isoleercel gezet. Daarna werd hij voor een tribunaal gebracht. Gevangenis-commandant kolonel J.K. Meyer gaf opdracht hem te fusilleren. De korporaal die deze opdracht kreeg weigerde, en de dokter bleef leven. Later werd Schoonheyt met zijn medegevangenen overgebracht naar Kamp Jodensavanne waar hij clandestien veel voor de inheemse bevolking heeft gedaan. Hij werd na de oorlog benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

De gevangenis werd op 30 maart 1982 gesloten.

Koetsen

Vlak bij de ingang worden een aantal koetsen uit de 18de eeuw tentoongesteld, w.o. drie die uitsluitend voor begrafenissen waren bestemd: een witte met glas in de ramen voor de welgestelden, een zwarte voor de gewone man en een witte koets met gordijntjes voor de Hindustanen.

Monumenten

Er staan diverse monumenten in het openluchtmuseum:

  • Onafhankelijkheidsmonument, aangeboden door de bevolking van Commewijne
  • 155 jaar Vestiging Chinezen in Suriname, gemaakt door Paul Woei, onthuld op 20 oktober 2006 door president Venetiaan.
    Tekst: Op 20 oktober 1853 zetten op deze plaats de eerste Chinese contractarbeiders voet aan wal in Suriname.
  • Tip Tip monument ter herdenking van de 30 jaar staatkundige onafhankelijkheid van de Republiek Suriname, onthuld op 28 maart 2006, aangeboden door George Struikelblok
  • Free Sranan, aangeboden aan het volk van Suriname-Commewijne in verband met 35 jaar, 25 november 2010
    Tekst: Alle geïmporteerde mensen uit Afrika, China, India, Indonesia, Bland ... Berustend in het lot van het leven, gekozen voor dit mooi land: switie sranan, een vrije en welvarende toekomst strevend, vrij van alle katibo, mi lobi wang.
Flora en fauna

Titus van Asch van Wijck, die sinds 1891 gouverneur van Suriname was, begon daar een cultuurtuin aan te leggen met planten uit Indonesië. Er staan grote mangobomen, tamarindebomen. Er is een vijver vol lelies en een enkele lotus.