Gevolmachtigd minister

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het begrip gevolmachtigd minister kan verschillende zaken inhouden:

Oostenrijkse Nederlanden[bewerken]

In de Oostenrijkse Nederlanden was de gevolmachtigd minister de hoogste vertegenwoordiger van de Oostenrijkse keizer na de landvoogd. De functie van landvoogd was louter honorair geworden, en werd verleend aan leden van het regerende huis Habsburg-Lotharingen. De gevolmachtigd minister was dus het werkelijke hoofd van de regering in de Zuidelijke Nederlanden.

Koninkrijk der Nederlanden[bewerken]

Een Gevolmachtigde Minister[1] neemt deel aan de vergaderingen in de Ministerraad van het Koninkrijk als er Koninkrijksaangelegenheden aan de orde zijn die zijn land raken. Maakt hij tijdens een vergadering in de ministerraad dan wel tijdens een parlementaire behandeling bezwaar, dan volgt een nader overleg.

In de rijksministerraad van het Koninkrijk der Nederlanden zetelt de ministerraad van Nederland, en de gevolmachtigd ministers van Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

De functie van gevolmachtigd minister bestaat sinds 1954 toen de verhoudingen binnen het koninkrijk werden geregeld in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Ook de Nederlandse Antillen en Suriname werden in Nederland vertegenwoordigd door gevolmachtigde ministers vóór de onafhankelijkheid in 1975 en de opheffing in 2010 respectievelijk. Voor 1954 werden Suriname en de Nederlandse Antillen vertegenwoordigd door een algemeen vertegenwoordiger.

Diplomatie[bewerken]

Een gevolmachtigd minister kan ook een diplomaat zijn beneden de rang van ambassadeur. Kleinere landen zoals Nederland en België stuurden tot aan de Tweede Wereldoorlog Gevolmachtigd ministers naar andere hoofdsteden. Het sturen en ontvangen van ambassadeurs was het voorrecht van grote landen en Engeland weigerde tot in de Tweede Wereldoorlog om een ambassadeur van Nederland te ontvangen en een zo hoog betaalde diplomaat in Den Haag aan te stellen. De diplomaat die Nederland vertegenwoordigde was dan buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister (Frans: envoyé extraordinaire et ministre plénipotentiaire) en stond aan het hoofd van een legatie of gezantschap.

Na de oorlog werden alle gezantschappen en gevolmachtigd ministers opgewaardeerd tot ambassades en ambassadeurs. Nog steeds worden gevolmachtigd ministers benoemd op grote ambassades. Zij assisteren daar de ambassadeur. De term 'gezant' wordt dan niet meer gebruikt.

Noten[bewerken]

  1. De correcte spelling is "gevolmachtigd minister", maar het Statuut spreekt consequent van "Gevolmachtigde Minister", zie artikel 7 en verder van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden op wetten.overheid.nl