Godfred Haraldson

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Godfred Haraldson (eerste helft negende eeuw) was de zoon van de Deense koning Harald Klak. In 826 werd hij samen met zijn ouders in Mainz gedoopt, waarbij kroonprins Lotharius I de peetoom van Godfred was. Na zijn doop bleef hij in het gevolg van Lotharius, maar na 840 werden ze het oneens en Godfred keerde terug naar Denemarken.

In het jaar 850 deed Godfred samen met zijn neef Rorik een overval op Dorestad. Rorik nam dit in bezit, terwijl Godfred verder voer, Vlaanderen en Artesië plunderde, en naar Denemarken terugkeerde om te overwinteren. In 851 plunderde Godfried opnieuw Friesland en de Rijnmonding, voer de Schelde op om daar Gent aan te vallen, en misschien ook de abdij van Drongen. Na overwintering in Denemarken keerde hij opnieuw terug, en voer 9 oktober 852 de Seine op, tot bij Pont-de-l'Arche. Karel de Kale trok op naar de noormannen en had hulp van het leger van Godfreds peetoom Lotharius, maar de Vikingen hadden zich verschanst op een eiland in de Seine bij Les Andelys. Het Frankische landleger had geen boten. Nadat de patstelling de hele winter geduurd had, mocht Godfried in de lente van 853 vertrekken, waarschijnlijk met een som geld.

In 855 bevond Godfred zich bij zijn neef Rorik in Dorestad. Omdat Lotharius dit gebied wilde laten besturen door zijn zoon Lotharius II, trokken de Vikingen naar Denemarken om daar de macht te grijpen na de dood van Horik I. Dit mislukte echter, en de neven kwamen nog hetzelfde jaar terug naar Dorestad om Friesland weer in bezit te nemen. Dat is het laatste wat men in de bronnen van deze Godfried verneemt, en hij is waarschijnlijk kort daarna gestorven.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]