Guna (hindoeïsme)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een guna is in de Indiase filosofie en spiritualiteit een fundamentele eigenschap of hoedanigheid van de natuur. (Het woord guna, uitgesproken "goena", is Sanskriet voor "hoedanigheid".) Er zijn drie guna's die aan de basis van de gereflecteerde werkelijkheid liggen en deze op een illusoire manier als (Maya) aan ons geestesoog doen voor komen.

  • Sattva: de universele hoedanigheid van orde en structuur
  • Rajas: de universele hoedanigheid van beweging en transformatie
  • Tamas: de universele hoedanigheid van handhaving, status quo

Ook in het bewustzijn van de mens spelen de drie guna's hun spel en bepalen er de aard van. Deze drie hoedanigheden staan, afwisselend in ruimte en in tijd, in verschillende evenwichtsrelaties tot elkaar. Wanneer Sattva overheerst, is er welvarendheid en welbevinden, opbouw en zuiverheid van intentie. Wanneer Rajas overheerst, is er veel energie, vurigheid en transformatie. En wanneer Tamas overheerst, is er status quo, stagnatie, en ten slotte intern verval, verrotting, corruptie, en lethargie.

De gunas bepalen de kwaliteit van het subjectief bewustzijn, wat opvalt wanneer hun natuurlijke verhouding uit evenwicht is. Als we moe zijn, bevinden we ons in een staat van tamas en zijn we niet tot iets creatiefs in staat. Alleen in sattva hebben we een heldere staat waarin we creatief kunnen zijn, maar er is voldoende houvast van tamas nodig om niet zweverig te worden. Om vanuit tamas in sattva te komen, zal men eerst rajas in de geest moeten opbouwen door bijvoorbeeld een paar keer de trap op en af te lopen. Ben je in een staat van rajas dan kan je door stil van geest te worden, het bewustzijn in een staat van tamas of sattva brengen.

Degene die bevrijding van de geest zoekt, hoeft niet te proberen de ene of de andere guna aan te hangen, maar moet het middel zoeken om van alle drie tegelijk los te komen. Nishtriguna bav Arjuna geeft Heer Krishna in de Bhagavad gita als raad aan de geestelijk getormenteerde Arjuna: Los van de drie guna's blijf Arjuna. Daarna verklaart de heer van het bewustzijn dat alles wat Arjuna ziet, slechts het spel is van de drie guna's, dat eeuwig op zichzelf zal doorgaan.

Niet alleen kwaliteiten van de geest worden, ieder voor zich, ingedeeld onder overwegend een van de drie guna's. Dit geldt ook voor voedsel: hierbij wordt uitgegaan van het inzicht dat men wordt wat men eet, dat op alle niveaus geldig is, tot op het spirituele (de kennis die men tot zich neemt). Is het opbouwende, harmonische kennis? Is het voedsel zuiver en authentiek; ligt het niet aan het eind van de voedingsketen?

Deze drie hoedanigheden vormen dan ook het basisconcept van de Ayurvedische geneeskunde. Daar gelden zij onder de namen Vata, Pitta en Kapha (de drie 'dosha's'). Ieder mens krijgt bij zijn geboorte een bepaalde verhouding van deze hoedanigheden mee, die hem in feite uniek maakt, en de prakriti wordt genoemd. Tijdens het leven schommelt deze beginbalans en kan soms in een van de drie richtingen merkelijk uit evenwicht gaan. Ziekten zijn uiteindelijk het gevolg van dergelijk uit balans zijn, en de remedie bestaat uit middelen om terug balans in de dosha's te brengen.

Portal.svg Portaal Yoga