Haciënda

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
"Zondagsmorgenreunie der Hacienda-chefs" (begin 20e eeuw)

Een haciënda (Spaans: hacienda, Portugees: fazenda) is een groot landgoed in Latijns-Amerika en de Filipijnen. Lokaal wordt ook wel gesproken van estancia's of finca's. Haciënda's houden zich voornamelijk bezig met veeteelt, maar op plaatsen waar dat rendabel is ook met land-, mijn- en bosbouw. Soms zijn haciënda's improductief omdat zij enkel door vermogende mensen worden gehouden als onroerendgoedinvestering.

In de pre-industriële periode bestond er vaak een band van afhankelijkheid tussen de eigenaar van de haciënda, de hacendado of Don en de landarbeiders, de peones. Dit systeem werd peonage genoemd en is vergelijkbaar met horigheid. Hoewel in sommige delen van Latijns-Amerika nog altijd veel grootgrondbezit bestaat, is de verhouding tussen de eigenaar en de arbeiders er tegenwoordig meestal een van werkgever-werknemer die vergelijkbaar is met niet-agrarische sectoren.

De haciënda's ontstonden na de Spaans verovering. De Spaanse kroon schonk de conquistadores stukken land, waarover zij encomienda hadden; ze kregen het recht de indiaanse bevolking voor zich te laten werken. Later zijn ook veel mestiezen haciënda-arbeiders geworden, maar de eigenaars bleven vrijwel altijd Spanjaarden of creolen.

In delen van Latijns-Amerika is het haciënda-systeem in zekere zin nog steeds intact. Op papier is het in verschillende landen afgeschaft na een revolutie (zoals in Mexico in 1917 en Nicaragua in 1979), maar overblijfselen van het systeem zijn nog steeds erg sterk aanwezig.

In veel Latijns-Amerikaanse landen was de Minister van Haciënda een positie die vergelijkbaar is met die van Minister van Financiën.