Hamstrings

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gray1239.png

De hamstrings of achterdijbeenspier(en) is de verzamelnaam voor drie spieren aan de achterzijde van het bovenbeen: de musculus biceps femoris, de musculus semitendineus en de musculus semimembranaceus. Alle drie de spieren lopen van het zitbeen (latijn: os ischii) naar het onderbeen (lat.: crus). Een andere benaming voor deze spieren is dan ook wel de 'ischiocrurale spieren'.

De hamstrings passeren zowel het heup- als het kniegewricht en zijn dus bi-articulair. In de heup helpen ze om retroflexie (heupstrekken) tot stand te brengen. Bovendien kunnen ze de heup verder door de nul-lijn brengen (10 - 15° hyperextensie, bijvoorbeeld wanneer het been tijdens buiklig van de grond wordt getild) In het kniegewricht buigen de hamstrings het onderbeen. Daarnaast hebben de musculus semitendineus en de musculus semimembranaceus endorotatie van het onderbeen als functie. De musculus biceps femoris heeft exorotatie van het onderbeen bij gebogen knie (knieflexie) als functie en is de enige spier die deze beweging tot stand kan brengen.

In de knieholte (fossa poplitea) zijn de pezen van de hamstrings goed te voelen. Aan de binnenzijde is vooral de pees van de musculus semitendineus voelbaar. Aan de buitenzijde bevindt zich de pees van de musculus biceps femoris.

De innervatie (bezenuwing) van de hamstrings gebeurt door de nervus ischiadicus, met uitzondering van de korte kop van de musculus biceps femoris, die door de nervus peronaeus communis wordt geïnnerveerd.

Lenigheid[bewerken]

De lenigheid van de mens wordt onder andere gemeten door de soepelheid en rekbaarheid van de hamstrings, zoals door de hamstring-stretch, waar vele varianten van zijn.